Hebben jullie ervaring met de DPE status van een woning? Wij als koper kijken naar C of hoger. Er staan echter genoeg mooie huizen a vendre met D, E of zelfs DPE F. Franse makelaars en Franse kennissen zeggen dat deze laatste klasses helemaal niet problematisch hoeft te zijn. En dat het en France niet nodig is de binnen muren te isoleren. Dat komt door de dikte van de muren. Hebben jullie hier ervaringen mee? En heeft de DPE iets te maken met de status van de septictank? We horen dat graag. Bedankt vast voor de moeite.
Het verhaal van de dikke muren is zo'n ding. Ja, in de zomer is het huis iets koeler (waarschijnlijk ook kleine ramen). In de winter - als de warmte uit de stenen is - zit je dan binnen heel dicht bij de kachel, omdat je huis niet warm te krijgen is.
Dus het statement "hoeft geen probleem te zijn" klopt, mits je met drie dekens voor je poêle à bois zit.
En natuurlijk zullen nu 327 andere leden zeggen dat het allemaal anders is.
Misschien is het handig, om eens in algemene zin naar de isolatie van huizen te informeren. Als je in Nederland een huis hebt, is de kans dat dit niet uit 1750 is heel groot :-) immers wonen hele volksstammen in keurige Vinexwijken. Ook ons huis (in NL) uit de jaren 80' was redelijk goed, en is door dubbel glas (nu inmiddels de tweede ronde met HR3) en een nieuwe spouwmuurisolatie op een DPE van A uitgekomen. Ons huis in FR is nog uit de tijd dat er geen wolkje aan de energiekostenhorizon was. Beetje meer of minder stoken (elektrisch) koste in LDF bijna niets.
Daar denkt men nu anders over. Kennissen hebben in FR een nieuw huis laten bouwen, en de voorschriften zijn vergelijkbaar met NL. Dus let men hier nu ook op deze zaken. Nu is dit bij een oud huis (de typische longère) natuurlijk anders.
De snelle winst haal je uit de ramen, dan het dak, evt de muur en een vloerisolatie kan je gerust achterwege laten omdat het te duur is en weinig oplevert.
Ook hier zijn al twee van de ramen door HR vervangen, de rest staat in de planning. De buurvrouw heeft haar huis aan de buitenkant laten isoleren. Haar stroomrekening ging met stappen omlaag.
Kennelijk zijn we met z'n allen weer vergeten, dat met het begin van de oorlog in Oekraïne de energiekosten sterk naar boven gingen. Dus op de lange termijn is het zeker nuttig om in het huis in FR er voor te zorgen, dat je energielabel dichter bij A dan bij F staat.
De septic tank heeft volgens mij niets met je energielabel te maken.
DPE is alleen het energielabel, septic staat hier los van is een apart onderzoek met apart rapport. Bij dikke, ongeisoleerde muren wordt altijd een laag label afgegeven, ongeacht de verdere isolatie en energiekosten. Vraag naar de kosten per jaar, wat voor verwarming is er nu?
Huizen met DPE-label E, F en G overspoelen de markt omdat de verhuur ervan aan steeds strengere regels is gebonden geworden, waardoor de verhuur niet meer interessant is. Echter, voor wie wil kopen voor eigen gebruik kan het wel degelijk interessant zijn. Bijvoorbeeld voor iemand die het meer als vakantiehuis wil gaan gebruiken, of een klusser.
Dikke stenen muren isoleren inderdaad slecht, 5-10 cm isolatiemateriaal doet al meer dan 60 cm natuursteen. Maar dikke stenen muren zorgen wel voor een faseverschuiving. Zo warmt de woning op een warme dag minder snel op, en koelt 's avonds minder snel af. Je kunt dikke muren dus ook in je voordeel laten werken. Is de woning aan de buitenzijde te isoleren, dan heb je vrijwel alleen voordelen.
DPE heeft inderdaad niks met de septictank te maken, daarvoor is weer een ander rapport beschikbaar. Het Het DPE-label wordt al in een vroeg stadium geproduceerd, want het is verplicht om te kunnen adverteren. Dat geldt niet voor het rapport van de septictank, ik maak regelmatig mee dat dat pas wordt geproduceerd op het moment dat ik in beeld kom, of zelfs pas nadat een (voorlopige) prijs is overeengekomen.
Voor gemeubileerde verhuur gelden nu nog geen eisen t.a.v. het energelabel DPE, maar de verwachting is dat dat wel gaat gebeuren. Daarnaast moet je rekening houden met, naast hetgeen al jaren geldt, het volgende: Wil je een 2e woning of bijgebouw (nu nog niet officieel gite) gaan verhuren als gite, dan kan de gemeente je verplichten om de bestemming te wijzigen, waarmee de woning formeel wordt onttrokken aan de woningvoorraad EN je verplichten om een bedrijfsruimte om te bouwen tot woning.
Het is heel verstandig om naar DPE waarde C of hoger te kijken als je het hele jaar door comfortabel en energiezuinig wilt wonen (wie niet)! Ook voor de toekomstige verkoopwaarde!
Dikke muren zeggen helemaal niets. Het materiaal waarmee de muur gemaakt is zegt heel veel over de isolatiewaarde. Dikke stenen muren geleiden warmte met groot gemak ondanks hun dikte ten gevolge van simpele natuurkundige wetten (wetenschappelijk vastgesteld). Het gevolg is zeer veel warmte verlies naar buiten en dus hoge stookkosten en weinig comfort (te koud in de winter) tenzij je het (enorme) warmteverlies compenseert met een aangepaste (zware) verwarming! (nogmaals; hoge stookkosten dus). Of je het warmteverlies compenseert met voldoende isolatie (binnen of buiten) waardoor het verlies drastisch afneemt!
Ik heb al jaren kanttekeningen geplaatst bij de DPE classificatie in Frankrijk. Elke sul mag na een cursus van 11 dagen zich als classificeerder op de markt bewegen. Frankrijk gaat in haar regelgeving een stuk verder dan de EU richtlijnen die ok door niet deskundige ambtenaren zijn opgesteld. In de praktijk kom ik classe C tegen met pvc kozijnen die kieren naar buiten vertonen en classe F in panden met gering energie consumptie met muren en pierre die zich gedragen als een speksteenkachel. Een grote farce in een landf waar straks een groot deel van panden enpierre die niet meer mogen worden verhuurd? Ik moet het nog zien !
Een prachtig artikel over de DPE van een echte specialiste:
Terwijl we over enkele maanden het twintigjarig bestaan van de DPE vieren – deze institutionele diagnose die inmiddels onlosmakelijk verbonden is met Franse vastgoedtransacties – is een terugblik op deze grootschalige thermische truffeljacht op zijn plaats. Een procedure die twintig jaar bestaat, zou normaal gesproken een zekere volwassenheid moeten hebben bereikt en een status die haar geloofwaardigheid ondersteunt. Is dat niet het geval, dan zou zij logischerwijs moeten verdwijnen. In Frankrijk blijft de DPE echter bestaan als een onvermijdelijke financiële last bij elke verkoop, ondanks het feit dat iedereen die professioneel actief is in het vastgoed het totale gebrek aan betrouwbaarheid ervan erkent. Oorspronkelijk bedoeld als tegenhanger van de technische autokeuring die vijftien jaar eerder werd ingevoerd, moest de DPE kopers inzicht geven in het energieverbruik dat hun felbegeerde woning zou vergen. Maar hoe kan men dat op een geloofwaardige manier benaderen? Bij een auto is het eenvoudig: een reeks controlepunten, toegepast op geïndustrialiseerde objecten, maakt het mogelijk dat een monteur relatief objectief de staat van het voertuig beoordeelt. Zeker nu, dertig jaar later, voor recentere modellen volstaat het vaak om de computer aan te sluiten, waarna het boordsysteem al een groot deel van de informatie prijsgeeft. Een woning is echter geen auto, en een DPE-diagnost is geen monteur. Dat is niet toevallig: waar een autokeurder eerst een tweejarige opleiding in mechanica moet volgen voordat hij zich kan specialiseren, hoeft een DPE-diagnost slechts… elf dagen opleiding te bewijzen, ongeacht zijn oorspronkelijke achtergrond. Dat zegt veel over het beeld dat de Franse staat blijkbaar heeft van de bouwwereld. De paradox is schrijnend. Enerzijds worden gestandaardiseerde, gedocumenteerde en perfect beheerste industriële systemen gecontroleerd, met een gemiddelde leeftijd van 11,5 jaar. Anderzijds moeten unieke bouwwerken worden gediagnosticeerd, waarvan de constructietechnieken door de geschiedenis heen zijn geëvolueerd, met een gemiddelde leeftijd van 42 jaar en waarvan bijna 50% de honderd jaar nadert. En na elf dagen opleiding verwacht men dat de diagnostici tot perfect geloofwaardige conclusies komen. Zelfs architecten, na zes jaar studie, beheersen niet noodzakelijk alle bouwtechnieken die in het Franse woningbestand voorkomen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat, ondanks twintig jaar inspanning, deze verplichte heffing vandaag door niemand nog serieus wordt genomen. Toch zijn de methodes in twintig jaar tijd geëvolueerd. Aanvankelijk was de diagnose gebaseerd op het werkelijke energieverbruik van de bewoners. Uiteraard was er geen enkele manier om te weten of zij het hele jaar door op 25 °C leefden, of liever in de winter een dubbele trui aantrokken en de verwarming op 16 °C hielden. En bij verwarming met een houtkachel werd het nog problematischer om het reële energieverbruik te beoordelen. Vandaag moeten diagnostici daarom de warmteverliezen van de gebouwschil invoeren op basis van facturen van uitgevoerde werken — als die al beschikbaar zijn. Zo niet, dan wordt de wand “gedefinieerd” aan de hand van dikte en veronderstelde samenstelling, waarbij elk materiaal een standaardwaarde krijgt toegewezen. Bij oude gebouwen, die zo wijdverbreid zijn, leidt dit vrijwel automatisch tot de conclusie: “X cm enkel materiaal” en dus “onvoldoende isolatie”. Of de muur nu 20 of 50 cm dik is, lijkt daarbij irrelevant. Iedereen met een minimale bouwkundige kennis weet echter dat muren van 40 of 50 cm vaak uit meerdere materialen bestaan en dat het feit dat ze niet hol klinken (“toc toc”) niet betekent dat ze slecht isoleren. Een bakstenen muur van 25 cm met een luchtspouw en terracotta vloeren kan thermisch zeer performant zijn, en zelfs superieur aan minerale wol wat betreft zomercomfort. Maar om zulke samenstellingen te herkennen, is kennis nodig van de bouwgeschiedenis — kennis die je onmogelijk in elf dagen verwerft. Bovendien kent de rekenmotor niet alle historische materialen, noch hun werkelijke prestaties. Het resultaat is dus hooguit een grove benadering. Diezelfde bouwkundige kennis zou ook duidelijk maken dat het feit dat een raam gloednieuw is en voorzien van hoogrendementsglas, niet automatisch betekent dat een woning thermisch efficiënt wordt. Warmteverliezen ontstaan vooral in de uitvoering en in de aansluitingen tussen bouwdelen. Een nieuw PVC-raam dat “in renovatie” wordt geplaatst, laat vaak warmte ontsnappen via de aansluiting met het oude metselwerk — of het oude kozijn fungeert op zichzelf al als een zeef. En wanneer men, blindelings de Franse doctrine uit de jaren zeventig volgend, ventilatieroosters in droge ruimtes boort, is het allerminst zeker dat het nieuwe schrijnwerk efficiënter is dan het vorige. Het is bijzonder lastig om bewoners uit te leggen dat een investering die zij als legitiem en bovendien rijkelijk gesubsidieerd beschouwden — uitgevoerd door een bedrijf met het RGE-label (“Reconnu Garant de l’Environnement”) — in werkelijkheid vaak neerkomt op pure misleiding. Daarbovenop komt nog de energiebron zelf, want naast verbruik speelt ook de uitstoot van broeikasgassen een rol. Tot aan de RE2020-norm werd een gasketel gunstiger beoordeeld dan elektrische verwarming; vandaag is dat precies omgekeerd. En wanneer verschillende energiebronnen worden gecombineerd — bijvoorbeeld een houtkachel en gasverwarming — heeft de rekenmotor de neiging deze simpelweg op te tellen, waardoor de woning sneller als “thermische zeef” wordt geclassificeerd, in plaats van te erkennen dat de ene bron het gebruik van de andere vermindert. Dit soort nuances en een doordacht gebruik van het instrument vergt een beheersing die onmogelijk in elf opleidingsdagen kan worden verworven. Tussen benaderingen en schijnzekerheden wordt het dan ook bijzonder moeilijk om tot een geloofwaardig resultaat te komen. Wanneer ten slotte, als kers op de taart, een nieuwe DPE — gebaseerd op de “fysische” gegevens van muren en nieuwe installaties ná renovatie — slechter uitvalt dan de oorspronkelijke DPE, die gebaseerd was op het werkelijke verbruik van de vorige bewoners, rijst onvermijdelijk de vraag naar het ware doel van deze hele maskerade. Welke van beide DPE’s is immers het meest geloofwaardig? Bij de verkoop zal de makelaar, die het zelf vaak niet beter begrijpt dan de diagnost of de koper, iedereen commercieel geruststellen met de woorden dat het slechts een formaliteit is en dat men er geen waarde aan moet hechten. Zo verloopt het leven in het Franse vastgoed: ergens tussen incompetentie, benadering en overheidssubsidies die worden verspild onder het mom van pseudowetenschappelijke berekeningen en een zogenaamd ecologisch geweten. Stéphane Védrenne Architect – stedenbouwkundige Artikel uit Chroniques de l’Architecture Voor de Franse versie zie https://recherche-immo-corse.fr/.../le-diagnostic-de...
De argumenten die gebruikt worden in dit artikel hebben mijn vrouw en ik ook al vele jaren onderling benoemd/besproken/bediscussieerd, en heel veel mensen met ons, zo denken wij. Echt vertrouwen hebben we er nooit in gehad. En het Franse vertrouwen is er ook niet echt, vandaar dat sinds kort de uitkomst "opposable" (tegenwerpbaar/aanvechtbaar) is, je kunt dus beargumenteerd in verweer gaan. En misschien dat je mag ervaren dat je in het gelijk gesteld wordt.
Het is inderdaad triest dat dit onbetrouwbare systeem zo lang kan prevaleren. Terwijl het probleem in wezen vrij makkelijk is op te lossen; Zet een degelijk, geijkt en verzegeld apparaat op een gepland moment in een pand neer en laat dit een zekere tijd staan om het werkelijke warmteverlies te meten in het tijdsverloop. Zend de verzamelde data van de metingen over een standaardperiode eventueel draadloos door naar het kadaster waar de uitkomsten automatisch geregistreerd en gekoppeld worden aan het al geregistreerde onroerende goed op dat adres en laat het apparaat weer even oppikken voor een volgende meting. Door de heersende omgevingstemperatuur en de seizoensinvloeden (bv wind) ook mee te meten is er een heel geloofwaardige energieperformance waarde vast te stellen uit de data. De uitkomst kan dan aan belanghebbenden tegen kostprijs ter beschikking worden gesteld. Door werkelijk te meten wordt kennis van alle verschillende materialen, bouwkundige constructies, aannames en rare arbitraire berekeningen totaal irrelevant. Door te automatiseren worden ook input fouten, interpretatieverschillen en opleidingsachterstanden (allemaal menselijke factoren) 100% vermeden.
Of de meting 100% nauwkeurig is in absolute zin, heeft eigenlijk niet zo veel waarde zolang maar overal op dezelfde manier gemeten, verwerkt en berekend wordt. Dan krijg je overal dezelfde (kleine) fout en is de relatieve meting/uitkomst toch juist. Het onderscheid in energie performance tussen verschillende onroerende goederen is dan zeer betrouwbaar te bepalen en zal uiteindelijk ook doorwerken in de prijsvorming door de marktwerking. Men is bereid meer te betalen voor een woning met een betrouwbaar en goed energie label (categorieën A,B en C in Frankrijk).
Even ter vergelijking: toen we in Nederland na de laatste renovatie (spouwmuur en ramen) een nieuwe energielabel hebben aangevraagd, hebben we twee documenten met de waardes van de spouwmuurisolatie en de ramen naar een bureau gemaild. En een dag later hadden we een energielabel A.
Op basis hiervan zou je ook vraagtekens mogen plaatsen bij de betrouwbaarheid van een energielabel in Nederland.
Ik ga er trouwens van uit, dat dit tegenwoordig anders is. We hebben toen - net voor de wijziging van het proces - voor een paar tientjes een nieuw energielabel aangevraagd . Daarna zijn de kosten (ik meen) naar de 300 € omhoog gegaan. Dus eventueel zit er nu wel een inspectie ter plaatse bij.
@Andreas Chatziantoniou; in tegendeel, het meeste zou automatisch verlopen. Tussentijdse verbeteringen/wijzigingen hoeven niet meer doorgegeven te worden, alleen bij verkoop is het relevant opnieuw de waarde vast te stellen via een nieuwe meting, in het belang van de koper en verkoper, vanwege de invloed op de verkoopprijs.
Wat gebouwen betreft, zijn de uitzonderingen op de verplichting van de DPE opgenomen in artikel R126-15 van de Franse Bouw- en Woningwet, het betreft:
tijdelijke constructies bestemd voor gebruik gedurende een periode van twee jaar of minder: bijvoorbeeld modelwoningen of tentoonstellingspaviljoens voor vastgoedprojecten die te koop staan, of tijdelijke modulaire gebouwen;
vrijstaande gebouwen met een vloeroppervlakte van minder dan 50 m²: dit betreft vrijstaande huizen of bijgebouwen van minder dan 50 m²*, maar niet appartementen van minder dan 50 m² in een woongebouw;
gebouwen of delen van gebouwen die worden gebruikt voor agrarische, ambachtelijke of industriële doeleinden, met uitzondering van ruimten die worden gebruikt voor woondoeleinden;
gebouwen gebouwd voor religieuze doeleinden: kerken, moskeeën, synagogen, tempels, enz.;
Beschermde of geregistreerde monumenten;
Gebouwen of delen van gebouwen die niet verwarmd zijn of verwarmd worden met een open haard en geen koelsysteem hebben;
Woongebouwen of delen van gebouwen die bestemd zijn voor gebruik gedurende minder dan vier maanden per jaar (seizoensverhuur, vakantiehuizen, enz.);
Stacaravans, die volgens de Franse bouw- en woningwetgeving niet als gebouwen worden beschouwd.
*Om de werkelijke oppervlakte van een woning te bepalen, kan de huurder een meting volgens de Boutin-wet aanvragen.
In al deze gevallen is het niet nodig om een gecertificeerd energieprestatie-adviseur in te schakelen voor een energieprestatiebeoordeling!
Het is niet alleen de DPE, maar ook hoe de verwarming geregeld is...
Wij hebben afgelopen zomer een woning gekocht met label E. De woning wordt verwarmd met cv en een haard. Alleen de haard is niet voldoende, maar de cv zijn 3 lullig kleine radiatoren van 90 x 50 cm, type 11, die ook het centrale deel van het huis van 200 me nooit warm krijgen. Dus afgelopen 2 weken dat het hier in de Drôme overdag nauwelijks boven het vriespunt was, was het huis alleen met de cv en de haard aan nog op 17 graden te krijgen waarbij de cv ketel bijna permanent aanstaat.
Maar dat is dus geen isolatieprobleem, maar gewoon onvoldoende capaciteit om het huis te verwarmen. Een kleine berekening leert dat als ik grotere radiatoren ophang (2 van de 3 kunnen 60x140 zijn, en alle 3 type 33) het huis wel gewoon op 20 graden te krijgen is en dat de stookkosten zullen dalen omdat de cv ketel niet meer permanent aan hoeft te staan. De cv ketel is overigens 28 kW.
Maw, staar je niet blind op alleen de DPE. Kijk ook hoe het huis verwarmt wordt en of je denkt dat dat voldoende is. Soms bespaart betere verwarming meer dan betere isolatie.
Dennis & Lupita; Het zal (na aanpassing van de radiatoren) vanzelf blijken of de isolatie voldoende is. Is dat niet het geval dan blijft je cv ketel nog steeds te lang aan staan en pomp je, via je grotere radiatoren, nog meer dan eerder, warmte naar buiten.
Het uitgangspunt voor de hoogste besparing is altijd de isolatie-graad van de woning (zo hoog mogelijk). Punt 2 is een daarop afgestemde capaciteit van de verwarming. Een te hoge capaciteit geeft een te sub optimale verbranding (op te lage temperatuur) waardoor de brander sneller vervuilt (extra onderhoudskosten) en wat ook veel slechter is voor het milieu door de onverbrande resten en ongewenste bijproducten in de uitstoot.
Ik zie bij de uitzonderingen geen gewone oude traditionele gebouwen staan.Waarom schrijven al die immo's dan in hun advertenties dat ze non soumis a DPE zijn?
@Fabienne: die oude boerderijen, (grote) landhuizen en chateaus vallen vaak in een v/d de genoemde categorieën, namelijk:
- Gebouwen of delen van gebouwen die niet verwarmd zijn of verwarmd worden met een open haard en geen koelsysteem hebben;
Zo hadden wij een huis met 7 intacte openhaarden en in een aantal kamers waren de openhaarden er al uitgebroken.
En een aantal makelaars zijn ook niet in hun eerste leugen gestikt natuurlijk. Dan hoef je het ook niet meer te hebben over de enorme kosten van isolatie en verwarming van die thermische zeven (passoire thermique) die zulke enorme oude gebouwen meestal zijn.
Oh wat een schitterend oud huis, zo authentiek. Zie je ons al op een mooie zomerochtend hier buiten met een koffie en verse croissants?
En dan komt de winter, waar je ook in LDF moet stoken, maar dan komt de overheid met regels die we (kennelijk) met z'n allen willen want klimaat enz.
En plotseling is de droom net iets minder geworden. En probeer dan maar bij de makelaar verhaal te halen omdat hij/zij zei dat het wel allemaal mee valt.
@Fabienne:Tja, goede isolatie (binnen of buitenkant) heeft vrijwel altijd gevolgen voor de aanblik en sfeer van een gebouw. Daar valt bijna niet aan te ontkomen. Je zult moeten kiezen uit "chachet=kou lijden" of "isolatie=comfort en lagere energiekosten" en dan nog dit "als het financieel haalbaar is". Want het kost "heueeeel" veel geld.
@Alle.Inderdaad.Als we niet verplicht worden doen we niks.
We verstoken een fractie van wat we in de lage landen kwijt waren en hebben het gevoel dat het huis de warmte goed vast houd.We gruwelen alleen van al die regeltjes en verplichtingen.
@Fabienne. De hele DPE is vooral in Frankrijk in mijn ogen één grote farce. Overigens zijn lang niet alle oude boerderijen " pas soumis DPE". Wel zie je veel makelaars advertenties met : "DPE en cours", hetgeen wijdverbreid maar wettelijk verboden is. Zie eerder een post op nederlanders.fr
Alle & Allo....ik heb het nagerekend, en natuurlijk is het zuinigste om zowel te isoleren als de radiatoren te vergroten. Maar als ik maar één van de twee kan doen helpt het vergroten van de radiatoren echt het meest. Ik heb namelijk nu een 28 kW cv-ketel die continu gas stookt terwijl hij zijn warmte niet kwijt kan vanwege postzegelformaat radiatoren. Het water gaat heet weer terug naar de ketel, wat de efficiëntie van de ketel ook niet ten goede komt. Van die 28 kW komt max 3 kW in mijn huis terecht....
Overigens heeft het DPE label niks te maken met je verwarmingssysteem, maar alleen met hoeveel warmte je huis kan verliezen. Als ik de radiatoren vervang kan ik het huis ook gewoon op 24 graden houden.
Andreas Chatziantoniou
Om te beginnen: ik ben geen expert.
Het verhaal van de dikke muren is zo'n ding. Ja, in de zomer is het huis iets koeler (waarschijnlijk ook kleine ramen). In de winter - als de warmte uit de stenen is - zit je dan binnen heel dicht bij de kachel, omdat je huis niet warm te krijgen is.
Dus het statement "hoeft geen probleem te zijn" klopt, mits je met drie dekens voor je poêle à bois zit.
En natuurlijk zullen nu 327 andere leden zeggen dat het allemaal anders is.
Misschien is het handig, om eens in algemene zin naar de isolatie van huizen te informeren. Als je in Nederland een huis hebt, is de kans dat dit niet uit 1750 is heel groot :-) immers wonen hele volksstammen in keurige Vinexwijken. Ook ons huis (in NL) uit de jaren 80' was redelijk goed, en is door dubbel glas (nu inmiddels de tweede ronde met HR3) en een nieuwe spouwmuurisolatie op een DPE van A uitgekomen. Ons huis in FR is nog uit de tijd dat er geen wolkje aan de energiekostenhorizon was. Beetje meer of minder stoken (elektrisch) koste in LDF bijna niets.
Daar denkt men nu anders over. Kennissen hebben in FR een nieuw huis laten bouwen, en de voorschriften zijn vergelijkbaar met NL. Dus let men hier nu ook op deze zaken. Nu is dit bij een oud huis (de typische longère) natuurlijk anders.
De snelle winst haal je uit de ramen, dan het dak, evt de muur en een vloerisolatie kan je gerust achterwege laten omdat het te duur is en weinig oplevert.
Ook hier zijn al twee van de ramen door HR vervangen, de rest staat in de planning. De buurvrouw heeft haar huis aan de buitenkant laten isoleren. Haar stroomrekening ging met stappen omlaag.
Kennelijk zijn we met z'n allen weer vergeten, dat met het begin van de oorlog in Oekraïne de energiekosten sterk naar boven gingen. Dus op de lange termijn is het zeker nuttig om in het huis in FR er voor te zorgen, dat je energielabel dichter bij A dan bij F staat.
De septic tank heeft volgens mij niets met je energielabel te maken.
12 Jan
Jeannette
DPE is alleen het energielabel, septic staat hier los van is een apart onderzoek met apart rapport.
Bij dikke, ongeisoleerde muren wordt altijd een laag label afgegeven, ongeacht de verdere isolatie en energiekosten. Vraag naar de kosten per jaar, wat voor verwarming is er nu?
12 Jan
Jeannette
Het vakantiehuis mag je met een laag energielabel niet meer verhuren in de toekomst, dus ook niet als gemeubileerde vakantieverhuur.
13 Jan
FRANKRIJKKEURING
Huizen met DPE-label E, F en G overspoelen de markt omdat de verhuur ervan aan steeds strengere regels is gebonden geworden, waardoor de verhuur niet meer interessant is. Echter, voor wie wil kopen voor eigen gebruik kan het wel degelijk interessant zijn. Bijvoorbeeld voor iemand die het meer als vakantiehuis wil gaan gebruiken, of een klusser.
Dikke stenen muren isoleren inderdaad slecht, 5-10 cm isolatiemateriaal doet al meer dan 60 cm natuursteen. Maar dikke stenen muren zorgen wel voor een faseverschuiving. Zo warmt de woning op een warme dag minder snel op, en koelt 's avonds minder snel af. Je kunt dikke muren dus ook in je voordeel laten werken. Is de woning aan de buitenzijde te isoleren, dan heb je vrijwel alleen voordelen.
DPE heeft inderdaad niks met de septictank te maken, daarvoor is weer een ander rapport beschikbaar. Het Het DPE-label wordt al in een vroeg stadium geproduceerd, want het is verplicht om te kunnen adverteren. Dat geldt niet voor het rapport van de septictank, ik maak regelmatig mee dat dat pas wordt geproduceerd op het moment dat ik in beeld kom, of zelfs pas nadat een (voorlopige) prijs is overeengekomen.
Succes met de aankoop.
Wilm Snellenberg
13 Jan
FRANKRIJKKEURING
Voor gemeubileerde verhuur gelden nu nog geen eisen t.a.v. het energelabel DPE, maar de verwachting is dat dat wel gaat gebeuren.
Daarnaast moet je rekening houden met, naast hetgeen al jaren geldt, het volgende:
Wil je een 2e woning of bijgebouw (nu nog niet officieel gite) gaan verhuren als gite, dan kan de gemeente je verplichten om de bestemming te wijzigen, waarmee de woning formeel wordt onttrokken aan de woningvoorraad EN je verplichten om een bedrijfsruimte om te bouwen tot woning.
14 Jan
Alle Laversma
Het is heel verstandig om naar DPE waarde C of hoger te kijken als je het hele jaar door comfortabel en energiezuinig wilt wonen (wie niet)! Ook voor de toekomstige verkoopwaarde!
Dikke muren zeggen helemaal niets. Het materiaal waarmee de muur gemaakt is zegt heel veel over de isolatiewaarde. Dikke stenen muren geleiden warmte met groot gemak ondanks hun dikte ten gevolge van simpele natuurkundige wetten (wetenschappelijk vastgesteld). Het gevolg is zeer veel warmte verlies naar buiten en dus hoge stookkosten en weinig comfort (te koud in de winter) tenzij je het (enorme) warmteverlies compenseert met een aangepaste (zware) verwarming! (nogmaals; hoge stookkosten dus). Of je het warmteverlies compenseert met voldoende isolatie (binnen of buiten) waardoor het verlies drastisch afneemt!
14 Jan
Bram van Zanten
Ik heb al jaren kanttekeningen geplaatst bij de DPE classificatie in Frankrijk. Elke sul mag na een cursus van 11 dagen zich als classificeerder op de markt bewegen. Frankrijk gaat in haar regelgeving een stuk verder dan de EU richtlijnen die ok door niet deskundige ambtenaren zijn opgesteld. In de praktijk kom ik classe C tegen met pvc kozijnen die kieren naar buiten vertonen en classe F in panden met gering energie consumptie met muren en pierre die zich gedragen als een speksteenkachel. Een grote farce in een landf waar straks een groot deel van panden enpierre die niet meer mogen worden verhuurd? Ik moet het nog zien !
14 Jan
Bram van Zanten
Een prachtig artikel over de DPE van een echte specialiste:
Terwijl we over enkele maanden het twintigjarig bestaan van de DPE vieren – deze institutionele diagnose die inmiddels onlosmakelijk verbonden is met Franse vastgoedtransacties – is een terugblik op deze grootschalige thermische truffeljacht op zijn plaats.
Een procedure die twintig jaar bestaat, zou normaal gesproken een zekere volwassenheid moeten hebben bereikt en een status die haar geloofwaardigheid ondersteunt. Is dat niet het geval, dan zou zij logischerwijs moeten verdwijnen. In Frankrijk blijft de DPE echter bestaan als een onvermijdelijke financiële last bij elke verkoop, ondanks het feit dat iedereen die professioneel actief is in het vastgoed het totale gebrek aan betrouwbaarheid ervan erkent.
Oorspronkelijk bedoeld als tegenhanger van de technische autokeuring die vijftien jaar eerder werd ingevoerd, moest de DPE kopers inzicht geven in het energieverbruik dat hun felbegeerde woning zou vergen. Maar hoe kan men dat op een geloofwaardige manier benaderen?
Bij een auto is het eenvoudig: een reeks controlepunten, toegepast op geïndustrialiseerde objecten, maakt het mogelijk dat een monteur relatief objectief de staat van het voertuig beoordeelt. Zeker nu, dertig jaar later, voor recentere modellen volstaat het vaak om de computer aan te sluiten, waarna het boordsysteem al een groot deel van de informatie prijsgeeft.
Een woning is echter geen auto, en een DPE-diagnost is geen monteur. Dat is niet toevallig: waar een autokeurder eerst een tweejarige opleiding in mechanica moet volgen voordat hij zich kan specialiseren, hoeft een DPE-diagnost slechts… elf dagen opleiding te bewijzen, ongeacht zijn oorspronkelijke achtergrond. Dat zegt veel over het beeld dat de Franse staat blijkbaar heeft van de bouwwereld.
De paradox is schrijnend. Enerzijds worden gestandaardiseerde, gedocumenteerde en perfect beheerste industriële systemen gecontroleerd, met een gemiddelde leeftijd van 11,5 jaar. Anderzijds moeten unieke bouwwerken worden gediagnosticeerd, waarvan de constructietechnieken door de geschiedenis heen zijn geëvolueerd, met een gemiddelde leeftijd van 42 jaar en waarvan bijna 50% de honderd jaar nadert. En na elf dagen opleiding verwacht men dat de diagnostici tot perfect geloofwaardige conclusies komen.
Zelfs architecten, na zes jaar studie, beheersen niet noodzakelijk alle bouwtechnieken die in het Franse woningbestand voorkomen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat, ondanks twintig jaar inspanning, deze verplichte heffing vandaag door niemand nog serieus wordt genomen.
Toch zijn de methodes in twintig jaar tijd geëvolueerd.
Aanvankelijk was de diagnose gebaseerd op het werkelijke energieverbruik van de bewoners. Uiteraard was er geen enkele manier om te weten of zij het hele jaar door op 25 °C leefden, of liever in de winter een dubbele trui aantrokken en de verwarming op 16 °C hielden. En bij verwarming met een houtkachel werd het nog problematischer om het reële energieverbruik te beoordelen.
Vandaag moeten diagnostici daarom de warmteverliezen van de gebouwschil invoeren op basis van facturen van uitgevoerde werken — als die al beschikbaar zijn. Zo niet, dan wordt de wand “gedefinieerd” aan de hand van dikte en veronderstelde samenstelling, waarbij elk materiaal een standaardwaarde krijgt toegewezen.
Bij oude gebouwen, die zo wijdverbreid zijn, leidt dit vrijwel automatisch tot de conclusie: “X cm enkel materiaal” en dus “onvoldoende isolatie”. Of de muur nu 20 of 50 cm dik is, lijkt daarbij irrelevant. Iedereen met een minimale bouwkundige kennis weet echter dat muren van 40 of 50 cm vaak uit meerdere materialen bestaan en dat het feit dat ze niet hol klinken (“toc toc”) niet betekent dat ze slecht isoleren.
Een bakstenen muur van 25 cm met een luchtspouw en terracotta vloeren kan thermisch zeer performant zijn, en zelfs superieur aan minerale wol wat betreft zomercomfort. Maar om zulke samenstellingen te herkennen, is kennis nodig van de bouwgeschiedenis — kennis die je onmogelijk in elf dagen verwerft. Bovendien kent de rekenmotor niet alle historische materialen, noch hun werkelijke prestaties. Het resultaat is dus hooguit een grove benadering.
Diezelfde bouwkundige kennis zou ook duidelijk maken dat het feit dat een raam gloednieuw is en voorzien van hoogrendementsglas, niet automatisch betekent dat een woning thermisch efficiënt wordt. Warmteverliezen ontstaan vooral in de uitvoering en in de aansluitingen tussen bouwdelen. Een nieuw PVC-raam dat “in renovatie” wordt geplaatst, laat vaak warmte ontsnappen via de aansluiting met het oude metselwerk — of het oude kozijn fungeert op zichzelf al als een zeef.
En wanneer men, blindelings de Franse doctrine uit de jaren zeventig volgend, ventilatieroosters in droge ruimtes boort, is het allerminst zeker dat het nieuwe schrijnwerk efficiënter is dan het vorige. Het is bijzonder lastig om bewoners uit te leggen dat een investering die zij als legitiem en bovendien rijkelijk gesubsidieerd beschouwden — uitgevoerd door een bedrijf met het RGE-label (“Reconnu Garant de l’Environnement”) — in werkelijkheid vaak neerkomt op pure misleiding.
Daarbovenop komt nog de energiebron zelf, want naast verbruik speelt ook de uitstoot van broeikasgassen een rol. Tot aan de RE2020-norm werd een gasketel gunstiger beoordeeld dan elektrische verwarming; vandaag is dat precies omgekeerd. En wanneer verschillende energiebronnen worden gecombineerd — bijvoorbeeld een houtkachel en gasverwarming — heeft de rekenmotor de neiging deze simpelweg op te tellen, waardoor de woning sneller als “thermische zeef” wordt geclassificeerd, in plaats van te erkennen dat de ene bron het gebruik van de andere vermindert.
Dit soort nuances en een doordacht gebruik van het instrument vergt een beheersing die onmogelijk in elf opleidingsdagen kan worden verworven. Tussen benaderingen en schijnzekerheden wordt het dan ook bijzonder moeilijk om tot een geloofwaardig resultaat te komen.
Wanneer ten slotte, als kers op de taart, een nieuwe DPE — gebaseerd op de “fysische” gegevens van muren en nieuwe installaties ná renovatie — slechter uitvalt dan de oorspronkelijke DPE, die gebaseerd was op het werkelijke verbruik van de vorige bewoners, rijst onvermijdelijk de vraag naar het ware doel van deze hele maskerade. Welke van beide DPE’s is immers het meest geloofwaardig?
Bij de verkoop zal de makelaar, die het zelf vaak niet beter begrijpt dan de diagnost of de koper, iedereen commercieel geruststellen met de woorden dat het slechts een formaliteit is en dat men er geen waarde aan moet hechten.
Zo verloopt het leven in het Franse vastgoed: ergens tussen incompetentie, benadering en overheidssubsidies die worden verspild onder het mom van pseudowetenschappelijke berekeningen en een zogenaamd ecologisch geweten.
Stéphane Védrenne
Architect – stedenbouwkundige
Artikel uit Chroniques de l’Architecture
Voor de Franse versie zie https://recherche-immo-corse.fr/.../le-diagnostic-de...
14 Jan
Alle Laversma
De argumenten die gebruikt worden in dit artikel hebben mijn vrouw en ik ook al vele jaren onderling benoemd/besproken/bediscussieerd, en heel veel mensen met ons, zo denken wij. Echt vertrouwen hebben we er nooit in gehad. En het Franse vertrouwen is er ook niet echt, vandaar dat sinds kort de uitkomst "opposable" (tegenwerpbaar/aanvechtbaar) is, je kunt dus beargumenteerd in verweer gaan. En misschien dat je mag ervaren dat je in het gelijk gesteld wordt.
Het is inderdaad triest dat dit onbetrouwbare systeem zo lang kan prevaleren. Terwijl het probleem in wezen vrij makkelijk is op te lossen; Zet een degelijk, geijkt en verzegeld apparaat op een gepland moment in een pand neer en laat dit een zekere tijd staan om het werkelijke warmteverlies te meten in het tijdsverloop. Zend de verzamelde data van de metingen over een standaardperiode eventueel draadloos door naar het kadaster waar de uitkomsten automatisch geregistreerd en gekoppeld worden aan het al geregistreerde onroerende goed op dat adres en laat het apparaat weer even oppikken voor een volgende meting. Door de heersende omgevingstemperatuur en de seizoensinvloeden (bv wind) ook mee te meten is er een heel geloofwaardige energieperformance waarde vast te stellen uit de data. De uitkomst kan dan aan belanghebbenden tegen kostprijs ter beschikking worden gesteld. Door werkelijk te meten wordt kennis van alle verschillende materialen, bouwkundige constructies, aannames en rare arbitraire berekeningen totaal irrelevant. Door te automatiseren worden ook input fouten, interpretatieverschillen en opleidingsachterstanden (allemaal menselijke factoren) 100% vermeden.
Of de meting 100% nauwkeurig is in absolute zin, heeft eigenlijk niet zo veel waarde zolang maar overal op dezelfde manier gemeten, verwerkt en berekend wordt. Dan krijg je overal dezelfde (kleine) fout en is de relatieve meting/uitkomst toch juist. Het onderscheid in energie performance tussen verschillende onroerende goederen is dan zeer betrouwbaar te bepalen en zal uiteindelijk ook doorwerken in de prijsvorming door de marktwerking. Men is bereid meer te betalen voor een woning met een betrouwbaar en goed energie label (categorieën A,B en C in Frankrijk).
14 Jan
Andreas Chatziantoniou
@Alle Laversma
Dit lijkt me een heel omslachtig systeem.
Even ter vergelijking: toen we in Nederland na de laatste renovatie (spouwmuur en ramen) een nieuwe energielabel hebben aangevraagd, hebben we twee documenten met de waardes van de spouwmuurisolatie en de ramen naar een bureau gemaild. En een dag later hadden we een energielabel A.
Op basis hiervan zou je ook vraagtekens mogen plaatsen bij de betrouwbaarheid van een energielabel in Nederland.
Ik ga er trouwens van uit, dat dit tegenwoordig anders is. We hebben toen - net voor de wijziging van het proces - voor een paar tientjes een nieuw energielabel aangevraagd . Daarna zijn de kosten (ik meen) naar de 300 € omhoog gegaan. Dus eventueel zit er nu wel een inspectie ter plaatse bij.
14 Jan
Alle Laversma
@Andreas Chatziantoniou; in tegendeel, het meeste zou automatisch verlopen. Tussentijdse verbeteringen/wijzigingen hoeven niet meer doorgegeven te worden, alleen bij verkoop is het relevant opnieuw de waarde vast te stellen via een nieuwe meting, in het belang van de koper en verkoper, vanwege de invloed op de verkoopprijs.
14 Jan
Fabienne
Waarom zijn al die oude boerderijen en landhuizen dan
Non soumis a DPE?
15 Jan
Alle Laversma
Wat gebouwen betreft, zijn de uitzonderingen op de verplichting van de DPE opgenomen in artikel R126-15 van de Franse Bouw- en Woningwet, het betreft:
tijdelijke constructies bestemd voor gebruik gedurende een periode van twee jaar of minder: bijvoorbeeld modelwoningen of tentoonstellingspaviljoens voor vastgoedprojecten die te koop staan, of tijdelijke modulaire gebouwen;
vrijstaande gebouwen met een vloeroppervlakte van minder dan 50 m²: dit betreft vrijstaande huizen of bijgebouwen van minder dan 50 m²*, maar niet appartementen van minder dan 50 m² in een woongebouw;
gebouwen of delen van gebouwen die worden gebruikt voor agrarische, ambachtelijke of industriële doeleinden, met uitzondering van ruimten die worden gebruikt voor woondoeleinden;
gebouwen gebouwd voor religieuze doeleinden: kerken, moskeeën, synagogen, tempels, enz.;
Beschermde of geregistreerde monumenten;
Gebouwen of delen van gebouwen die niet verwarmd zijn of verwarmd worden met een open haard en geen koelsysteem hebben;
Woongebouwen of delen van gebouwen die bestemd zijn voor gebruik gedurende minder dan vier maanden per jaar (seizoensverhuur, vakantiehuizen, enz.);
Stacaravans, die volgens de Franse bouw- en woningwetgeving niet als gebouwen worden beschouwd.
*Om de werkelijke oppervlakte van een woning te bepalen, kan de huurder een meting volgens de Boutin-wet aanvragen.
In al deze gevallen is het niet nodig om een gecertificeerd energieprestatie-adviseur in te schakelen voor een energieprestatiebeoordeling!
15 Jan
Dennis & Lupita
Het is niet alleen de DPE, maar ook hoe de verwarming geregeld is...
Wij hebben afgelopen zomer een woning gekocht met label E. De woning wordt verwarmd met cv en een haard. Alleen de haard is niet voldoende, maar de cv zijn 3 lullig kleine radiatoren van 90 x 50 cm, type 11, die ook het centrale deel van het huis van 200 me nooit warm krijgen. Dus afgelopen 2 weken dat het hier in de Drôme overdag nauwelijks boven het vriespunt was, was het huis alleen met de cv en de haard aan nog op 17 graden te krijgen waarbij de cv ketel bijna permanent aanstaat.
Maar dat is dus geen isolatieprobleem, maar gewoon onvoldoende capaciteit om het huis te verwarmen. Een kleine berekening leert dat als ik grotere radiatoren ophang (2 van de 3 kunnen 60x140 zijn, en alle 3 type 33) het huis wel gewoon op 20 graden te krijgen is en dat de stookkosten zullen dalen omdat de cv ketel niet meer permanent aan hoeft te staan. De cv ketel is overigens 28 kW.
Maw, staar je niet blind op alleen de DPE. Kijk ook hoe het huis verwarmt wordt en of je denkt dat dat voldoende is. Soms bespaart betere verwarming meer dan betere isolatie.
15 Jan
Alle Laversma
Dennis & Lupita; Het zal (na aanpassing van de radiatoren) vanzelf blijken of de isolatie voldoende is. Is dat niet het geval dan blijft je cv ketel nog steeds te lang aan staan en pomp je, via je grotere radiatoren, nog meer dan eerder, warmte naar buiten.
Het uitgangspunt voor de hoogste besparing is altijd de isolatie-graad van de woning (zo hoog mogelijk). Punt 2 is een daarop afgestemde capaciteit van de verwarming. Een te hoge capaciteit geeft een te sub optimale verbranding (op te lage temperatuur) waardoor de brander sneller vervuilt (extra onderhoudskosten) en wat ook veel slechter is voor het milieu door de onverbrande resten en ongewenste bijproducten in de uitstoot.
15 Jan
Fabienne
Ik zie bij de uitzonderingen geen gewone oude traditionele gebouwen staan.Waarom schrijven al die immo's dan in hun advertenties dat ze non soumis a DPE zijn?
16 Jan
Alle Laversma
@Fabienne: die oude boerderijen, (grote) landhuizen en chateaus vallen vaak in een v/d de genoemde categorieën, namelijk:
- Gebouwen of delen van gebouwen die niet verwarmd zijn of verwarmd worden met een open haard en geen koelsysteem hebben;
Zo hadden wij een huis met 7 intacte openhaarden en in een aantal kamers waren de openhaarden er al uitgebroken.
En een aantal makelaars zijn ook niet in hun eerste leugen gestikt natuurlijk. Dan hoef je het ook niet meer te hebben over de enorme kosten van isolatie en verwarming van die thermische zeven (passoire thermique) die zulke enorme oude gebouwen meestal zijn.
16 Jan
Andreas Chatziantoniou
Ik ga even in de "wijsneus-mode".
Oh wat een schitterend oud huis, zo authentiek. Zie je ons al op een mooie zomerochtend hier buiten met een koffie en verse croissants?
En dan komt de winter, waar je ook in LDF moet stoken, maar dan komt de overheid met regels die we (kennelijk) met z'n allen willen want klimaat enz.
En plotseling is de droom net iets minder geworden. En probeer dan maar bij de makelaar verhaal te halen omdat hij/zij zei dat het wel allemaal mee valt.
16 Jan
Fabienne
Ik snap niet goed hoe je zo een oude gascon zoals de onze kan op niveau brengen.
Onze dakisolatie bedtaat uit een 35 cm dikke leem strolaag,dan een luchtruimte ren dan pannen.
De bloeren zijn tommeyten en de muren nayuursteen.
Je eil het cachet vh huis toch ook bewaren
16 Jan
Alle Laversma
@Fabienne:Tja, goede isolatie (binnen of buitenkant) heeft vrijwel altijd gevolgen voor de aanblik en sfeer van een gebouw. Daar valt bijna niet aan te ontkomen. Je zult moeten kiezen uit "chachet=kou lijden" of "isolatie=comfort en lagere energiekosten" en dan nog dit "als het financieel haalbaar is". Want het kost "heueeeel" veel geld.
16 Jan
Fabienne
@Alle.Inderdaad.Als we niet verplicht worden doen we niks.
We verstoken een fractie van wat we in de lage landen kwijt waren en hebben het gevoel dat het huis de warmte goed vast houd.We gruwelen alleen van al die regeltjes en verplichtingen.
16 Jan
Bram van Zanten
@Fabienne. De hele DPE is vooral in Frankrijk in mijn ogen één grote farce. Overigens zijn lang niet alle oude boerderijen " pas soumis DPE". Wel zie je veel makelaars advertenties met : "DPE en cours", hetgeen wijdverbreid maar wettelijk verboden is. Zie eerder een post op nederlanders.fr
16 Jan
Dennis & Lupita
Alle & Allo....ik heb het nagerekend, en natuurlijk is het zuinigste om zowel te isoleren als de radiatoren te vergroten. Maar als ik maar één van de twee kan doen helpt het vergroten van de radiatoren echt het meest. Ik heb namelijk nu een 28 kW cv-ketel die continu gas stookt terwijl hij zijn warmte niet kwijt kan vanwege postzegelformaat radiatoren. Het water gaat heet weer terug naar de ketel, wat de efficiëntie van de ketel ook niet ten goede komt. Van die 28 kW komt max 3 kW in mijn huis terecht....
16 Jan
Dennis & Lupita
Overigens heeft het DPE label niks te maken met je verwarmingssysteem, maar alleen met hoeveel warmte je huis kan verliezen. Als ik de radiatoren vervang kan ik het huis ook gewoon op 24 graden houden.
16 Jan