Waaierraampje

Ik raakte virtueel in discussie met de eigenaar van een Engels bedrijf dat voordeuren en kozijnen aan de man probeerde te brengen in Frankrijk. Hun nummer één was de door mij verafschuwde geprefabriceerde witte paneeldeur, met aan de bovenkant een boogvormig raampje. Als ik zo’n deur zie tijdens mijn zoektocht naar een huis, sla ik dat huis over. Ik vind het er uiterst armoedig uitzien en het beloofd weinig goeds voor het interieur.

Ik vroeg de Engelsman waarom hij eigenlijk deze lelijke deur aanbood, een misbaksel dat niet alleen door mij maar door velen als een toppunt van wansmaak wordt gezien, en dat qua niveau te vergelijken is met de witte plastic tuinstoel. Je maakt je huis minder waard met zo'n voordeur, zeker als de deur afkomstig is van de Brico en niet echt past in het deurgat, wat je regelmatig ziet Dan zit er zo'n plank naast. Ik vermeldde het boogvormige raampje zodat hij begreep over welk model ik het precies had, en omschreef het als “dat fake stalraampje”.

Daar had hij me bij de kladden. Triomfantelijk wees hij me op mijn fout: de achtergrond van dat raampje zou historisch zijn en gebaseerd op de waaiervorm, van Victoriaanse origine. Juist. Daar had ik niets tegenin te brengen. En hij ging door: via Engeland zou het ontwerp in de 18e eeuw naar Frankrijk en België zijn geëxporteerd. Daar keek ik van op.

In de vele decennia dat ik in deze gebieden rondloop, ben ik nog nooit één enkele historische voordeur met een boogvormig raampje tegengekomen. Wel natuurlijk de vanaf ongeveer 1975 gefabriceerde witte plastic voordeuren met een glazen boogje, vooral in België eigenlijk, want ik las dat Belgen wél van ‘namaak-oud’ houden, in tegenstelling tot de Fransen, die merendeels voor echt oud kiezen. Vandaar al die fermettes in België. Ongetwijfeld zal er ergens wel een enkel geïsoleerd historisch exemplaar van zo'n voordeur te vinden zijn in Frankrijk, maar daar blijft het dan ook bij. Ik had ze in elk geval nog nooit gezien.

Daarom vroeg ik hem of hij die historische voordeuren ook kon laten zien op een foto, want ik geloofde er geen snars van. Het bleef lang stil, tot hij met de opmerking kwam dat de klant koning is en dat de klant beslist wat hij wil. In mijn bedrijfsmatige leven ben ik vaak tegen de wens van de klant ingegaan als ik daar een plausibele reden voor zag. Dat heet advies. Maar uiteindelijk beslist de klant of hij de plank wil misslaan. 

Maar dacht ik: als je goedbedoelende Britten vertelt dat de armoedig ontworpen witte voordeur met het boogvormige raampje een historisch ontwerp is in Frankrijk, dan heb je vast klanten die het misschien niet erg mooi vinden, maar wel graag van wat historisch besef willen getuigen naar de buren toe. Een écht historisch-Franse PVC panelen voordeur met waaierraampje, wat wil je nog meer? In een cultureel land als Frankrijk kan dat nooit kwaad. Het is dan wel van wit plastic, maar à la.

Met verbazing bekeek ik vervolgens twee foto’s van mijn lampen die hij me toestuurde, ergens van het internet geplukt, met de triomfantelijke uitroep: “Je gebruikt toch zelf óók plastic?” Nu had ik tot op dat moment naar hem toe met geen woord gerept over het PVC waarvan die voordeuren waren gemaakt. Ik vind het geen prettig materiaal, maar ik begrijp ook dat het een stap te ver gaat om dat te verbieden want wie wil zijn houtwerk nog schilderen vandaag de dag? Maar door zijn uitroep begreep ik dat hij persoonlijk PVC eigenlijk ook een inferieur materiaal vond.

Hij vond mijn lampen getuigen van een Japanse jarenzestigsfeer, bokte hij nog. Nou ja, gezien het feit dat Japan wordt beschouwd als het meest toonaangevende designland ter wereld, kon ik dat moeilijk als bezwaar zien. Bovendien waren ontwerpers in de jaren zestig en zeventig aanmerkelijk vrijer en avontuurlijker dan tegenwoordig.

Ik wees hem er op mijn beurt op dat ik bij de lelijke woningbouw in MAGA-land Amerika veel van die goedkoop geproduceerde voordeuren zag, want goed design is niet het sterke punt van de VS. Het lag voor de hand dat de bouwwereld daar en hier vanuit kapitalistische hoek beïnvloed werd: eenvoudig, snel ontwerp, gejat van een bestaande stijl, aangepast, uitgevoerd in inferieur materiaal en gemakkelijk machinaal te produceren. Dat het eindresultaat er dan abonimabel uitziet, tsja1

Daarop zei hij opnieuw dat de klant koning was. Daarop zei ik dat ik hem goede zaken wenste, maar hoopte dat hij zijn klanten niet zou wijsmaken dat het om ‘historisch Franse’ deuren ging. Want wie moet er tegen die deuren aankijken? Juist. Ik! 

Later kwam ik er nog achter, toen ik me wat dieper in de materie verdiepte, dat het boogmotief helemaal niet afkomstig is van de waaier, maar van een ondersteuningsconstrucie die tot de Romeinen terug te voeren is en nog verder: niet ín, maar bóven het gat van de de voordeur, waar een boog (later soms met spaken) het gewicht van de muur boven de deuropening in bedwang hield.

Load Previous Comments
  • Ingeborg Wiellersen

    Ik persoonlijk vind pvc deuren en ramen niet mooi. Zeker niet in oude huizen en witte kleur, maar ik snap wel dat de kosten ook vaak een overweging zijn. Het verschil in prijs met houten kozijnen en deuren in significant.             In een dorp vlakbij had de marie een prachtige oude dubbele toegangsdeur en deze is nu vervangen door een hagelwitte kunststof geval. Echt zo jammer.

  • Peter Mertens

    @Hent, het woord stylingstress kende ik nog niet. Ik heb het even opgezocht, maar ik lees dat het vooral twijfel betreft, bijvoorbeeld: is dit wel leuk genoeg?, past dit bij de gelegenheid? en wat zullen anderen ervan vinden?

    Nu lijken me dat nu juist drie vragen die bij iemand die een PVC-voordeur plaatst níét opkomen. In een oud Frans huis slaat een witte PVC-voordeur als een tang op een varken. Je krijgt de indruk dat het een persoon betreft die juist denkt: wat kan het mij verrotten. Deze voordeur is goedkoop, handig en ik trek ’m zo uit het rek bij de Brico. Kan mij het schelen wat anderen ervan vinden. Dan kijken ze maar de andere kant op. Het tegenovergestelde dus van stylingstress. Ik zou wensen dat hij stylingstress hád.

    Daarbij ligt het niet zozeer aan het materiaal — al vraag je je af waarom het lelijk knalwit moet zijn — maar aan het design van zo’n waaierdeur, dat zo vreselijk armoedig is. Toch worden er tienduizenden exemplaren van geproduceerd. Over de hele wereld kom je het monster tegen. Terwijl zo’n fabrikant ook deuren levrt die weliswaar geen topdesign zijn, maar er toch net mee door kunnen.

    Een goede ontwerper van seriematig gemaakte voordeuren zou met alle égards verwelkomd moeten worden, want dan zou de wereld niet tegen lelijke witte waaierdeuren, maar tegen móói ontworpen PVC-voordeuren aankijken — in een toepasselijke kleur natuurlijk. Tel uit je winst. 

  • Hent

    Ha Peter, je hebt gelijk. De mensen die zo’n deur plaatsen hebben geen lasvan stylingstress. Die bedoel ik dan ook niet. Ik heb het over jou. En misschien valt het bij jou met de stress wel mee maar ik ken mensen die er niet van kunnen slapen als het te lelijk ‘gestyld’ is.