Wachters langs Franse wegen

Het is een sfeerbeeld dat bij veel Frankrijkgangers op het netvlies gegrift staat:lange rijen platanen aan weerszijdenvan een oude route nationale. Het zijn er tegenwoordig door wegverbredingen of nieuwe veiligheidsnormen heel wat minder, maar toch: langs die historische doorgaande wegen kom je nog altijd veel platanen tegen.

Soms kun je er oude wegen zelfs aan herkennen, ook als het geen platanen betreft. Ik herinner me een oude weg in de Corrèze, waar ik bij toeval op terechtkwam, die alles weg had van een oude nationale. Het bleek inderdaad de voormalige N679 bleek te zijn, die zich van oudsher tussen Barsanges en Chaumeil door het landschap slingerde, en plaatselijk de route des Hêtres heette – naar de beuken. Zoals zoveel oude wegen bestaat ook hier inmiddels een breder en rechter nieuw traject, maar die charme is onvervangbaar – en zo herkenbaar!

Je hoort wel eens dat die bomen een idee waren van Napoleon, zodat zijn troepen in de schaduw door het land konden marcheren. Maar het idee en die karakteristieke aanblik zijn stiekem veel ouder.

Na de eerste pogingen van koning Filips VI in de veertiende eeuw om de bossen van zijn koninkrijk te beschermen tegen al te drastisch ontginnen, was het koning Hendrik II (1519-1559) die zich als eerste voor de aankleding van de wegen in zijn land interesseerde. Geen natuurbescherming, maar esthetiek en prestige: de wegen moeten er mooi uitzien, laten we iepen planten! Je ziet het, van platanen is nog geen sprake. Onder Hendrik III (1551-1589) krijgen beplantingen langs wegen vooral een nuttig aspect. Hij laat vanaf 1583 veldiepen en notenbomen langs de wegen planten, stevige, schaduwrijke bomen, die belangrijke doorgaanswegen moeten beschermen en een gunstiger kader bieden voor het zich te voet en te paard verplaatsende leger.

In de achttiende eeuw komen daar kastanjebomen en fruitbomen bij, wanneer minister Colbert de Ponts et Chaussées opricht – de Franse Rijkswaterstaat – en onder Lodewijk XIV en XV de routes royales flink onder handen worden genomen. Napoleon interesseert zich er wel voor, maar de echte opmars der platanen begint pas in de loop van de negentiende eeuw, als de bermen – en dus de bomen – eigendom worden van de Franse staat. Dan pas – en tot diep in de twintigste eeuw – kiest men voor platanen, die snel groeien en voor veel schaduw zorgen.

En al probeerde president Georges Pompidou de bomen in de jaren zeventig nog te beschermen (‘Laten we ervoor waken niet systematisch te vernietigen hetgeen de schoonheid van onze wegen bepaalt!’), feit is dat er van de bijna drie miljoen bomen eind negentiende eeuw nog maar een goede 200.000 langs de weg staan. Neem dus de tijd als je weer langs Franse wegen flaneert: weg van de snelweg valt er veel te ontdekken… en te genieten!

(Dit stukje verscheen eerder als Flânerie in het tijdschrift En Route.)

Load Previous Comments
  • Ingrid de Eerste

    Het is niet nodig om te kappen. Het plaatsen van een vangrail tegen de bomen zou voldoende moeten zijn. De impact is het minst als je in de greppel terecht komt.

  • Rob van der Meulen

    Ingrid, ik heb het nog nooit uitgeprobeerd, op volle snelheid tegen een vangrail aanrijden, maar ik ben bang dat zo'n boom een veel grotere overlevingskans heeft dan de proefpersoon achter het stuur. Geeft beslist niet mee, kan wel voorkomen dat ik ergens in een ravijn verdwijn of me er van weerhoudt op de verkeerde weghelft te komen. Een paar maanden geleden ging ik naar een vriend toe, diep in de Morvan. Slechts anderhalf uur rijden, toch ben ik maar opgehouden het aantal kronkelige bochten te tellen, heuvel op, heuvel af, te veel voor een menselijk brein tijdens een hittegolf. Het aantal bomen: ik had net zo goed kunnen proberen het aantal zandkorrels ergens op een strand te gaan tellen. En ook stonden ze met z'n allen gevaarlijk vlak naast de weg: dan maar overal vangrails aanleggen? Zou toch jammer zijn van dat Parc Naturel Régional du Morvan.

  • Rob van der Meulen

    Ook een plezier voor het oog, de wachters langs sommige Nederlandse wegen. Toch een stuk interessanter en vriendelijker dan de strakke lijnsymmetrie van oer-Hollands polderlandschap.