Nederlanders.fr

Hèt netwerk van, voor en door Nederlandstaligen in Frankrijk - zegt het voort!


Hebben jullie ervaring met de DPE status van een woning? Wij als koper kijken naar C of hoger. Er staan echter genoeg mooie huizen a vendre met D, E of zelfs DPE F. Franse makelaars en Franse kennissen zeggen dat deze laatste klasses helemaal niet problematisch hoeft te zijn. En dat het en France niet nodig is de binnen muren te isoleren. Dat komt door de dikte van de muren. Hebben jullie hier ervaringen mee? En heeft de DPE iets te maken met de status van de septictank? We horen dat graag. Bedankt vast voor de moeite.

Weergaven: 1197

_____________________________

☑️ Beste plaatser van dit bericht,

fijn dat je gebruik maakt van dit forum. Doe alsjeblieft mee met de discussie die volgt op je bericht! Reageer zelf op de reacties die anderen geven. Dat mag ook best een bedankje zijn. 

_____________________________

Rubrieken,

Klik hieronder voor meer berichten in dezelfde rubriek.

20260112, Overheid, Woningen Algemeen

Reactie van Peter Mertens op 12 Januari 2026 op 15.42

Als je het item 'Een klein regeltje opzoekt' van ongeveer een week geleden krijg je al wat meer informatie. De dikte van muren heeft verder niets met isolatie te maken. Een dikke stenen muur kan eindeloos veel warmte absorberen als je de kachel aanmaakt. Al die tijd blijft het relatief koud. Als de muur dan opgewarmd is geeft hij zijn warmte wel weer af, maar dan lig je vaak al in bed. (of het duurt drie dagen voor een dikke muur echt warmer is). DPE heeft niets te maken met het septic-systeem. Persoonlijke tip: een huis wordt onmiddelijk aangenamer als je een luchtontvochter gebruikt in de winter.

Reactie van Andreas Chatziantoniou op 12 Januari 2026 op 16.00

Om te beginnen: ik ben geen expert.

Het verhaal van de dikke muren is zo'n ding. Ja, in de zomer is het huis iets koeler (waarschijnlijk ook kleine ramen). In de winter - als de warmte uit de stenen is - zit je dan binnen heel dicht bij de kachel, omdat je huis niet warm te krijgen is.

Dus het statement "hoeft geen probleem te zijn" klopt, mits je met drie dekens voor je poêle à bois zit. 

En natuurlijk zullen nu 327 andere leden zeggen dat het allemaal anders is.

Misschien is het handig, om eens in algemene zin naar de isolatie van huizen te informeren. Als je in Nederland een huis hebt, is de kans dat dit niet uit 1750 is heel groot :-) immers wonen hele volksstammen in keurige Vinexwijken. Ook ons huis (in NL) uit de jaren 80' was redelijk goed, en is door dubbel glas (nu inmiddels de tweede ronde met HR3) en een nieuwe spouwmuurisolatie op een DPE van A uitgekomen. Ons huis in FR is nog uit de tijd dat er geen wolkje aan de energiekostenhorizon was. Beetje meer of minder stoken (elektrisch) koste in LDF bijna niets. 

Daar denkt men nu anders over. Kennissen hebben in FR een nieuw huis laten bouwen, en de voorschriften zijn vergelijkbaar met NL. Dus let men hier nu ook op deze zaken. Nu is dit bij een oud huis (de typische longère) natuurlijk anders. 

De snelle winst haal je uit de ramen, dan het dak, evt de muur en een vloerisolatie kan je gerust achterwege laten omdat het te duur is en weinig oplevert.

Ook hier zijn al twee van de ramen door HR vervangen, de rest staat in de planning. De buurvrouw heeft haar huis aan de buitenkant laten isoleren. Haar stroomrekening ging met stappen omlaag.

Kennelijk zijn we met z'n allen weer vergeten, dat met het begin van de oorlog in Oekraïne de energiekosten sterk naar boven gingen. Dus op de lange termijn is het zeker nuttig om in het huis in FR er voor te zorgen, dat je energielabel dichter bij A dan bij F staat.

De septic tank heeft volgens mij niets met je energielabel te maken. 

Reactie van Jeannette op 12 Januari 2026 op 17.10

DPE is alleen het energielabel, septic staat hier los van is een apart onderzoek met apart rapport. 
Bij dikke, ongeisoleerde muren wordt altijd een laag label afgegeven, ongeacht de verdere isolatie en energiekosten. Vraag naar de kosten per jaar, wat voor verwarming is er nu?

Reactie van Jeannette op 13 Januari 2026 op 16.53

Het vakantiehuis mag je met een laag energielabel niet meer verhuren in de toekomst, dus ook niet als gemeubileerde vakantieverhuur. 

Reactie van FRANKRIJKKEURING op 13 Januari 2026 op 18.40

Huizen met DPE-label E, F en G overspoelen de markt omdat de verhuur ervan aan steeds strengere regels is gebonden geworden, waardoor de verhuur niet meer interessant is. Echter, voor wie wil kopen voor eigen gebruik kan het wel degelijk interessant zijn. Bijvoorbeeld voor iemand die het meer als vakantiehuis wil gaan gebruiken, of een klusser.

Dikke stenen muren isoleren inderdaad slecht, 5-10 cm isolatiemateriaal doet al meer dan 60 cm natuursteen. Maar dikke stenen muren zorgen wel voor een faseverschuiving. Zo warmt de woning op een warme dag minder snel op, en koelt 's avonds minder snel af. Je kunt dikke muren dus ook in je voordeel laten werken. Is de woning aan de buitenzijde te isoleren, dan heb je vrijwel alleen voordelen.

DPE heeft inderdaad niks met de septictank te maken, daarvoor is weer een ander rapport beschikbaar. Het Het DPE-label wordt al in een vroeg stadium geproduceerd, want het is verplicht om te kunnen adverteren. Dat geldt niet voor het rapport van de septictank, ik maak regelmatig mee dat dat pas wordt geproduceerd op het moment dat ik in beeld kom, of zelfs pas nadat een (voorlopige) prijs is overeengekomen.

Succes met de aankoop.

Wilm Snellenberg 

Reactie van FRANKRIJKKEURING op 14 Januari 2026 op 9.08

Voor gemeubileerde verhuur gelden nu nog geen eisen t.a.v. het energelabel DPE, maar de verwachting is dat dat wel gaat gebeuren.
Daarnaast moet je rekening houden met, naast hetgeen al jaren geldt, het volgende: 
Wil je een 2e woning of bijgebouw (nu nog niet officieel gite) gaan verhuren als gite, dan kan de gemeente je verplichten om de bestemming te wijzigen, waarmee de woning formeel wordt onttrokken aan de woningvoorraad EN je verplichten om een bedrijfsruimte om te bouwen tot woning.

Reactie van Alle Laversma op 14 Januari 2026 op 13.07

Het is heel verstandig om naar DPE waarde C of hoger te kijken als je het hele jaar door comfortabel en energiezuinig wilt wonen (wie niet)! Ook voor de toekomstige verkoopwaarde!

Dikke muren zeggen helemaal niets. Het materiaal waarmee de muur gemaakt is zegt heel veel over de isolatiewaarde. Dikke stenen muren geleiden warmte met groot gemak ondanks hun dikte ten gevolge van simpele natuurkundige wetten (wetenschappelijk vastgesteld). Het gevolg is zeer veel warmte verlies naar buiten en dus hoge stookkosten en weinig comfort (te koud in de winter) tenzij je het (enorme) warmteverlies compenseert met een aangepaste (zware) verwarming! (nogmaals; hoge stookkosten dus). Of je het warmteverlies compenseert met voldoende isolatie (binnen of buiten) waardoor het verlies drastisch afneemt! 

Reactie van Bram van Zanten op 14 Januari 2026 op 17.21

Ik heb al jaren kanttekeningen geplaatst bij de DPE classificatie in Frankrijk. Elke sul mag na een cursus van 11 dagen zich als classificeerder op de markt bewegen. Frankrijk gaat in haar regelgeving een stuk verder dan de EU richtlijnen die ok door niet deskundige ambtenaren zijn opgesteld. In de praktijk kom ik classe C tegen met pvc kozijnen die kieren naar buiten vertonen en classe F in panden met gering energie consumptie met muren en pierre die zich gedragen als een speksteenkachel. Een grote farce in een landf waar straks een groot deel van panden enpierre die niet meer mogen worden verhuurd? Ik moet het nog zien !

Reactie van Bram van Zanten op 14 Januari 2026 op 17.27

 Een prachtig artikel over de DPE van een echte specialiste:

Terwijl we over enkele maanden het twintigjarig bestaan van de DPE vieren – deze institutionele diagnose die inmiddels onlosmakelijk verbonden is met Franse vastgoedtransacties – is een terugblik op deze grootschalige thermische truffeljacht op zijn plaats.
Een procedure die twintig jaar bestaat, zou normaal gesproken een zekere volwassenheid moeten hebben bereikt en een status die haar geloofwaardigheid ondersteunt. Is dat niet het geval, dan zou zij logischerwijs moeten verdwijnen. In Frankrijk blijft de DPE echter bestaan als een onvermijdelijke financiële last bij elke verkoop, ondanks het feit dat iedereen die professioneel actief is in het vastgoed het totale gebrek aan betrouwbaarheid ervan erkent.
Oorspronkelijk bedoeld als tegenhanger van de technische autokeuring die vijftien jaar eerder werd ingevoerd, moest de DPE kopers inzicht geven in het energieverbruik dat hun felbegeerde woning zou vergen. Maar hoe kan men dat op een geloofwaardige manier benaderen?
Bij een auto is het eenvoudig: een reeks controlepunten, toegepast op geïndustrialiseerde objecten, maakt het mogelijk dat een monteur relatief objectief de staat van het voertuig beoordeelt. Zeker nu, dertig jaar later, voor recentere modellen volstaat het vaak om de computer aan te sluiten, waarna het boordsysteem al een groot deel van de informatie prijsgeeft.
Een woning is echter geen auto, en een DPE-diagnost is geen monteur. Dat is niet toevallig: waar een autokeurder eerst een tweejarige opleiding in mechanica moet volgen voordat hij zich kan specialiseren, hoeft een DPE-diagnost slechts… elf dagen opleiding te bewijzen, ongeacht zijn oorspronkelijke achtergrond. Dat zegt veel over het beeld dat de Franse staat blijkbaar heeft van de bouwwereld.
De paradox is schrijnend. Enerzijds worden gestandaardiseerde, gedocumenteerde en perfect beheerste industriële systemen gecontroleerd, met een gemiddelde leeftijd van 11,5 jaar. Anderzijds moeten unieke bouwwerken worden gediagnosticeerd, waarvan de constructietechnieken door de geschiedenis heen zijn geëvolueerd, met een gemiddelde leeftijd van 42 jaar en waarvan bijna 50% de honderd jaar nadert. En na elf dagen opleiding verwacht men dat de diagnostici tot perfect geloofwaardige conclusies komen.
Zelfs architecten, na zes jaar studie, beheersen niet noodzakelijk alle bouwtechnieken die in het Franse woningbestand voorkomen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat, ondanks twintig jaar inspanning, deze verplichte heffing vandaag door niemand nog serieus wordt genomen.
Toch zijn de methodes in twintig jaar tijd geëvolueerd.
Aanvankelijk was de diagnose gebaseerd op het werkelijke energieverbruik van de bewoners. Uiteraard was er geen enkele manier om te weten of zij het hele jaar door op 25 °C leefden, of liever in de winter een dubbele trui aantrokken en de verwarming op 16 °C hielden. En bij verwarming met een houtkachel werd het nog problematischer om het reële energieverbruik te beoordelen.
Vandaag moeten diagnostici daarom de warmteverliezen van de gebouwschil invoeren op basis van facturen van uitgevoerde werken — als die al beschikbaar zijn. Zo niet, dan wordt de wand “gedefinieerd” aan de hand van dikte en veronderstelde samenstelling, waarbij elk materiaal een standaardwaarde krijgt toegewezen.
Bij oude gebouwen, die zo wijdverbreid zijn, leidt dit vrijwel automatisch tot de conclusie: “X cm enkel materiaal” en dus “onvoldoende isolatie”. Of de muur nu 20 of 50 cm dik is, lijkt daarbij irrelevant. Iedereen met een minimale bouwkundige kennis weet echter dat muren van 40 of 50 cm vaak uit meerdere materialen bestaan en dat het feit dat ze niet hol klinken (“toc toc”) niet betekent dat ze slecht isoleren.
Een bakstenen muur van 25 cm met een luchtspouw en terracotta vloeren kan thermisch zeer performant zijn, en zelfs superieur aan minerale wol wat betreft zomercomfort. Maar om zulke samenstellingen te herkennen, is kennis nodig van de bouwgeschiedenis — kennis die je onmogelijk in elf dagen verwerft. Bovendien kent de rekenmotor niet alle historische materialen, noch hun werkelijke prestaties. Het resultaat is dus hooguit een grove benadering.
Diezelfde bouwkundige kennis zou ook duidelijk maken dat het feit dat een raam gloednieuw is en voorzien van hoogrendementsglas, niet automatisch betekent dat een woning thermisch efficiënt wordt. Warmteverliezen ontstaan vooral in de uitvoering en in de aansluitingen tussen bouwdelen. Een nieuw PVC-raam dat “in renovatie” wordt geplaatst, laat vaak warmte ontsnappen via de aansluiting met het oude metselwerk — of het oude kozijn fungeert op zichzelf al als een zeef.
En wanneer men, blindelings de Franse doctrine uit de jaren zeventig volgend, ventilatieroosters in droge ruimtes boort, is het allerminst zeker dat het nieuwe schrijnwerk efficiënter is dan het vorige. Het is bijzonder lastig om bewoners uit te leggen dat een investering die zij als legitiem en bovendien rijkelijk gesubsidieerd beschouwden — uitgevoerd door een bedrijf met het RGE-label (“Reconnu Garant de l’Environnement”) — in werkelijkheid vaak neerkomt op pure misleiding.
Daarbovenop komt nog de energiebron zelf, want naast verbruik speelt ook de uitstoot van broeikasgassen een rol. Tot aan de RE2020-norm werd een gasketel gunstiger beoordeeld dan elektrische verwarming; vandaag is dat precies omgekeerd. En wanneer verschillende energiebronnen worden gecombineerd — bijvoorbeeld een houtkachel en gasverwarming — heeft de rekenmotor de neiging deze simpelweg op te tellen, waardoor de woning sneller als “thermische zeef” wordt geclassificeerd, in plaats van te erkennen dat de ene bron het gebruik van de andere vermindert.
Dit soort nuances en een doordacht gebruik van het instrument vergt een beheersing die onmogelijk in elf opleidingsdagen kan worden verworven. Tussen benaderingen en schijnzekerheden wordt het dan ook bijzonder moeilijk om tot een geloofwaardig resultaat te komen.
Wanneer ten slotte, als kers op de taart, een nieuwe DPE — gebaseerd op de “fysische” gegevens van muren en nieuwe installaties ná renovatie — slechter uitvalt dan de oorspronkelijke DPE, die gebaseerd was op het werkelijke verbruik van de vorige bewoners, rijst onvermijdelijk de vraag naar het ware doel van deze hele maskerade. Welke van beide DPE’s is immers het meest geloofwaardig?
Bij de verkoop zal de makelaar, die het zelf vaak niet beter begrijpt dan de diagnost of de koper, iedereen commercieel geruststellen met de woorden dat het slechts een formaliteit is en dat men er geen waarde aan moet hechten.
Zo verloopt het leven in het Franse vastgoed: ergens tussen incompetentie, benadering en overheidssubsidies die worden verspild onder het mom van pseudowetenschappelijke berekeningen en een zogenaamd ecologisch geweten.
Stéphane Védrenne
Architect – stedenbouwkundige
Artikel uit Chroniques de l’Architecture
Voor de Franse versie zie https://recherche-immo-corse.fr/.../le-diagnostic-de...

Reactie van Alle Laversma op 14 Januari 2026 op 21.12

De argumenten die gebruikt worden in dit artikel hebben mijn vrouw en ik ook al vele jaren onderling benoemd/besproken/bediscussieerd, en heel veel mensen met ons, zo denken wij. Echt vertrouwen hebben we er nooit in gehad. En het Franse vertrouwen is er ook niet echt, vandaar dat sinds kort de uitkomst "opposable" (tegenwerpbaar/aanvechtbaar) is, je kunt dus beargumenteerd in verweer gaan. En misschien dat je mag ervaren dat je in het gelijk gesteld wordt.

Het is inderdaad triest dat dit onbetrouwbare systeem zo lang kan prevaleren. Terwijl het probleem in wezen vrij makkelijk is op te lossen; Zet een degelijk, geijkt en verzegeld apparaat op een gepland moment in een pand neer en laat dit een zekere tijd staan om het werkelijke warmteverlies te meten in het tijdsverloop. Zend de verzamelde data van de metingen over een standaardperiode eventueel draadloos door naar het kadaster waar de uitkomsten automatisch geregistreerd en gekoppeld worden aan het al geregistreerde onroerende goed op dat adres en laat het apparaat weer even oppikken voor een volgende meting. Door de heersende omgevingstemperatuur en de seizoensinvloeden (bv wind) ook mee te meten is er een heel geloofwaardige energieperformance waarde vast te stellen uit de data. De uitkomst kan dan aan belanghebbenden tegen kostprijs ter beschikking worden gesteld. Door werkelijk te meten wordt kennis van alle verschillende materialen, bouwkundige constructies, aannames en rare arbitraire berekeningen totaal irrelevant. Door te automatiseren worden ook input fouten, interpretatieverschillen en opleidingsachterstanden (allemaal menselijke factoren) 100% vermeden.

Of de meting 100% nauwkeurig is in absolute zin, heeft eigenlijk niet zo veel waarde zolang maar overal op dezelfde manier gemeten, verwerkt en berekend wordt. Dan krijg je overal dezelfde (kleine) fout en is de relatieve meting/uitkomst toch juist. Het onderscheid in energie performance tussen verschillende onroerende goederen is dan zeer betrouwbaar te bepalen en zal uiteindelijk ook doorwerken in de prijsvorming door de marktwerking. Men is bereid meer te betalen voor een woning met een betrouwbaar en goed energie label (categorieën A,B en C in Frankrijk).

Je reactie hieronder, dit zijn de huisregels. 

Je moet lid zijn van Nederlanders.fr om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Nederlanders.fr

Ga naar...

Laatste nieuws uit Frankrijk

Gebeurtenissen

Februari 2026
ZMDWDVZ
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728
       
       

© 2026   Gemaakt door: Anton Noë, beheerder en gastheer.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden