Nederlanders.fr

Hèt netwerk van, voor en door Nederlandstaligen in Frankrijk - zegt het voort!

©Ludique le Vert (65) – Een wáre schoonheid!

Ik koester een tamelijk romantisch beeld van 'Dé Zorg'. Een in sepia bewaard sleets beeld uit mijn vroege jeugd waarin onze huisarts, de weledel-geleerde-geneesheer-dokter wiens naam mij nu even ontschoten is, figureert als de rijzige man in driedelig krijt met vest en vlinderstrik plús een stethoscoop bungelend onder de immer ietwat vettig glimmende kinnebak.
De arts die ons, op bevel van mijn moeder, tenminste eens per week een bezoek bracht. Of zoveel vaker als haar bevallig was. De zorg reed tenslotte visites. Per automobiel nota bene.
Ikzelf stond dan steevast bovenaan de trap naar het eerste verdiep teneinde te bezien hoe de man, vanaf de rood/wit betegelde vloer in de vestibule, geruisloos opsteeg en mij, eenmaal boven aangekomen, zwijgend voorbij schreed zonder me daarbij ook maar één blik waardig te keuren.
Ik vond dat geweldig! Een man van niveau, aanzien, stijl en klasse, moeide zich immers niet met onvolgroeid addergebroed.
Eenmaal binnen het blikveld van 'madame' mijn moeder mompelde hij een nauwelijks hoorbaar 'bonjour madame' waarbij hij met een geroutineerde handbeweging de zwarte hoed een fractie van een seconde oplichtte en zijn valies vol medische mirakels deed indalen op de ovale toilettafel. Louis de vijftiende. Onder handbereik en met de muil wijd opengesperd.
Het valies, wel te verstaan.
Dan nam hij schrijlings plaats op de sofa tegenover 'madame' mijn moeder en wachtte af.
Eerst pas nadat zij haar litanie aan kwalen, aandoeningen en klachten volledig had uitgebraakt formuleerde hij op gedempte toon zijn diagnose en krabbelde daarbij iets op een vel papier dat later beneden, bij zijn vertrek, in couvert aan de huishoudster werd overgedragen. Ter implementatie.
Eénmaal echter geschiedde dat alles plots héél anders en die éne keer zal ik nimmer vergeten.
Zoals altijd had mijn moeder haar in tientallen coupletten voortslepende smartlap voltooid en zweeg gedwee in de hoopvolle afwachting van een op handen zijnde alles helende diagnose.
Onze huisarts verbleef ongewoon langdurig zwijgen in diep gepeins en hief tenslotte traag het hoofd.
“Mevroi,” sprak hij op welhaast verontschuldigende toon, “u heeft een hoogst intrigerend complex aan buitengemeen uitzonderlijke aandoeningen waarvoor de medische wetenschap tot op heden géén eensluidende definitie heeft weten te formuleren. U begrijpt....“
Mijn moeder begréép dat. Ze vond het waarachtig fantastisch en stráálde! Zoiets bijzonders! Niemand had dat! Alléén zij! Ze was innig tevreden en meteen een stuk opgeknapt. Een nagenoeg wonderbaarlijke genezing.
Ik heb de huisarts naderhand niet weer gezien en inmiddels zijn we ruim een halve eeuw later.

Lief en ik zaten braaf in de wachtkamer op onze beurt te wachten toen de huisarts ergens verderop, diep van onder uit de gang, luidkeels de naam bulderde van zijn eerstvolgende patiënt.
“MADAME BERLOT! ALLEZ! ALLEZ, KOM OP! OPSCHIETEN EEN BEETJE, ALLEZ, ALLEZ! WE HEBBEN NIET DE HELE DAG! VOORUIT! ALLEZ!!!” Een waarachtig stok- en stokoude perkamenten dame krabbelde krom, broos, stram, wankel en traag vanaf haar wachtzetel overeind. Ze lachte, iedereen lachte. In de gang nam hij haar liefdevol bij de arm en al gniffelend schuifelden ze richting spreekkamer. De mafkees, onze altoos opperbest geluimde huisarts. Enkel van zijn humor knapt een mens al een heel eind op.
Alhoewel, ik niet! Ik kan er absoluut niet tegen om ziek, zwak, misselijk, onbekwaam of ongesteld te zijn. Ik wil er niets van weten! Eenvoudig omdat ik nooit van mijn leven serieus ziek of gekwetst ben geweest. Als ik ooit al eens bij mijn huisarts op spreekuur verscheen, bleek steevast dat de kerel of dame in kwestie al járen met pensioen was terwijl ik de lamstraal of tuttebel zelfs nog nooit had ontmoet!

En nu vandaag al voor de twééde keer op de drempel van Dé Zorg in Frankrijk.
“Wat scheelt er aan jongeheer Ludique?” vroeg hij me nadat Lief en ik in zijn cabinet hadden plaatsgenomen. “Mijn blik op de wereld is getroebleerd.” mopperde ik een diepe zucht slakend. “Dat is algemeen bekend.” grinnikte hij en gebaarde me op de onderzoekstafel plaats te nemen.
“Hm..., begin van staar.” constateerde hij na mijn ogen seconden lang met een venijnig schijnwerpertje te hebben geteisterd. Wij hernamen elk onze zetel aan weerszijden van zijn schrijftafel. Hij greep de telefoon en belde. Amicaal, een confrère. Ambtsbroeders onder elkaar, u kent dat wel. Er werden rap enkele medische termen, data, tijdstippen, verpleegsters en biermerken uitgewisseld. “Et voila, monsieur Ludique, aanstaande donderdag een rendez-vous met dé specialist in dé privé kliniek.” sprak hij me onderwijl een kattebelletje aanreikend. Ik vond dat fantastisch! Artsen en aanverwante lieden van enige naam en faam hebben zo hun eigen lijnen en connecties. Die moeien zich niet met de algemeen gangbare bewustzijnsvernauwing der bureaucratie. Welnee, die lui hebben hun eigen 'by-passes' langs de reguliere alom verstopte en overspannen communicatielijnen. Een amicaal causerietje onder confrères. Eén enkel 'entre deux' en de zaak is geregeld. Zoiets duurt gewoonlijk tenminste 3 maanden of langer! En ik kon, bij wijze van spreken, nu meteen per direct onmiddellijk regelrecht naar hét hospitaal. Fenomenaal!

Terug thuis verzonk ik tevreden in charmante jeugdimpressies van het stedelijk hospitaal destijds. Dat prijkte tussen de imposante villa's langs de zuidelijke rondingen van de grachtengordel. Een majestueus in Art Nouveau opgetrokken pand met riante oprit, luie brede trappen, een rondborstig bordes en een prestigieuze entree met aan weerszijden langgerekte licht gebogen vleugels die de parkachtige tuin als het ware omarmden. Het weldadig groen alwaar prille pleegzusters hun stille nachten, hijgende nachten, compenseerden in een voor de genezing en het geestelijk welzijn bevorderlijke wandeling met één hunner patiënten.
Die hadden daar baat bij. Die zusters, bedoel ik. Wat mij als jochie, op mijn rode autoped met massief rubberen banden, daar op die plek langs de kantlijn van het luidruchtig bruisend universitaire stadscentrum, nog het diepste trof was wel de serene alles omhelzende stilte. Je kon er een speld horen vallen.

Enkele dagen later reden Lief en ik naar de aangewezen kliniek in de grote stad. “Kijk, hier is het!” duidde Lief me op vol volume en heftig gesticulerend. Taal voor doven en slechtzienden. Met die oprukkende mist in mijn helblauwe kijkers kon ik nog geen snelheidsbord ontcijferen. Een gebodsbord '50' nam ik 'ongezien' voor 80'. “De rotonde halfom en dan gelijk rechtsaf.” voegde Lief er met enige stemverheffing aan toe. Voor mijn troebele ogen doemde een breed en diep panorama op van talloze witte flatgebouwen met daartussen schier eindeloze, volledig afgevulde, parkeerterreinen die tot ver voorbij de horizon reikten. Een druk en driftig krioelen van gehaaste lieden en razend verkeer. Het hospitaal van vandaag.
“Putain!” tierde ik vol afschuw mijn neus tegen de voorruit persend en het stuurwiel nagenoeg aan gort knijpend. Waar zijn we in vredesnaam? Wat ís dit? Schiphol, Las Vegas? Moeten we soms doorrijden tot Reykjavik om een parkeerplaats te kunnen scoren? Merde!” Eenmaal geparkeerd installeerde Lief zich met drie warmwaterzakken, twee plaids, een winterjas, wollen muts en wanten, een thermoskan laffe koffie plus een duizend pagina's tellend pak literatuur, knusjes op de voorbank. Ze mocht niet met me mee naar binnen. Pandemie, u weet wel.

“Ik moet gaan,” kondigde ik manmoedig aan, “hoe heet die club van iriskijkers hier ook al weer?”
“Ophtalmologie, links vóór de hoofdingang de trap af rechtdoor het plein over.” wist én wees Lief. Zij is mijn radar. Zonder Lief kom ik nergens, dwaal ik af, raak ik verloren.
Buiten, onderaan die trap, trof ik op de keien een verkleumde file wachtenden aan in de aanloop naar de opening van een tent die, als een soort palingfuik, pal voor de ingang van Optateropjeoogie stond opgesteld. Ik schoof aldus stapsgewijs mee in de slow-motion polonaise richting tentopening. Eenmaal in de fuik geschoven werden we bij de uitmonding één voor één de glazen entree binnen gedruppeld. Daar trof ik een stralende jonge zorgdame aan staande aan zo'n roestvrijstalen receptietafeltje op hoge poten met welvende trompetvoet. Ik heb het over het meubeltje. Hedendaags steriele 'Arts' Deco dunkt me. Met enkel het noemen van mijn naam, de haarkleur en lengte van leuning, kwam ik moeiteloos door de ballotage en wees ze me links achteraan aan te sluiten bij alweer een stoet van wachtenden.
Deze optocht liep gaandeweg te hoop tegen een muur van plexiglas vanwaar elkeen, door een kwintet alleraardigste witte baliezusters, naar een geheel eigen wachtkamer op het immense rangeerterrein werd uitgezonden. Halte 16.

Een komen en gaan van slechtzienden. Je zou overal oogkapjes verwachten. Maar nee hoor, enkel blauwe mondkapjes. Onherkenbaar. Evenzogoed vermoedde ik ongezien de aankomst van een duo Nederlanders. Eveneens gemuilkorfd en, zo leek me, net als Lief en ik op vrije pensioenvoet.
Er werden namen omgeroepen. Zoals bijvoorbeeld 'Madame Berlot', ik noem maar wat. “Monsieur le Vert.” inviteerde mij een zichtzuster achter één van de vele oogmeetperiscopen. Halte 12.
Afijn, ik zat, zij mat en ik kon gaan. Op naar de volgende. Halte 8.
Ik zat, zij mat en ik kon gaan. Op naar de volgende. Halte 6.
Ik zat, zij mat en aldus werkte ik een dozijn van die kijkstations af.

Op naar de laatste, halte 2.
Hier passeerden driftig voort dribbelende artsen, specialisten, zorgbroeders en -zusters alsook aanverwante bloed- en bodemlui in wapperend wit gehesen de revue. Ik werd op afroep één van de vele stemhokjes ingeleid. Het bleek een wasstraat waar het oogwerk, de -kast en het bijbehorend hoofd grondig werden gereinigd en gedesinfecteerd.
Met een transparant kapje op het 'zieke' oog werd ik aldus afgeleverd op wachtstation 24. De finale voorafgaand aan de operatie.

Van de ingreep zelf heb ik niets gezien of meegekregen. Ik ben na afloop keurig afgeleverd mét alweer zo'n oogkapje op en vond mezelf terug in een zekere ruimte. Wélke wist ik niet want ik zag geen ene ruk. Het zojuist geopereerde oog zwom ogenschijnlijk in soppig wit isolatieschuim.
“Nederlander?” hoorde ik ergens links verderop van me een vrouwenstem. Ik 'keek' in de richting vanwaar het stemgeluid kwam. Vaag zag ik een gestalte en meende daarin de Nederlandse dame op vrije pensioenvoet uit halte 16 te herkennen. Enkel contouren.
“Neem me niet kwalijk,” reageerde ik onhandig stamelend, “ik zie u niet. Ik ben net aan mijn rechteroog geopereerd en met het linker zag ik sowieso al nooit ene mallemoer, dus....,” “Och, wat jammer nou..,” giebelde ze, “want ik bén me daar toch een schóónheid....!” Verrukkelijk! Ik schoot in de lach.

Ik scharrelde uiterst omzichtig terug naar onze rooie bestelbus. Mijn blik op het parkeerterrein was ernstig getroebleerd. Ik troostte mezelf met de warme en geruststellende gedachte dat ergens dáár mijn allerliefste Lief op mijn wachtte. Zij die het roer in handen neemt en ons altijd dáár brengt waar wij zijn moeten, veilig en wel. Samen uit, samen thuis. De schone waarheid.....,

Weergaven: 879

Rubrieken,

(klik hieronder voor meer berichten in dezelfde rubriek)

20210406, Korte Verhalen

Reactie van Babs Mollema-Schmidt op 7 April 2021 op 8.54

Wat een feestje dit te lezen in bloemrijk taalgebruik, merci enormement!

Reactie van Maria op 7 April 2021 op 9.22
Ludique bedankt. Mijn dag begon met een lach.
Reactie van Peter Jan op 7 April 2021 op 9.32
Leuk om te lezen, Ludique. Bij het lezen over de oude huisarts moest ik heel even denken aan de injectiespuit van toen. Hergebruik inclusief de naalden was destijds soms gebruikelijk...
Ik vind staar- operaties een van de vele zegeningen voor de mensheid. In heel weinig tijd en tot op zeer hoge leeftijd krijgt het leven letterlijk weer kleur.
Reactie van Mechie Heessels op 7 April 2021 op 12.21

Beste Ludique,

Ik heb je relaas hardop gelezen. Daarbij de nodige stemmen ingebracht en enorm genoten van je geweldige ervaringen met je vroegere en hedendaagse zorg. Mijn complimenten voor je mooie schrijfstijl. Ook voor je lief. Een wáre schoonheid.

Reactie van Patricia Corts-Farla op 7 April 2021 op 12.22

Wat een mooi verhaal weer :-)

Reactie van Jacqueline (de Maat) Janssen op 7 April 2021 op 13.44

Heerlijk om te lezen. (zelf uit "dé zorg") Dank weer voor deze glimlach !

Reactie van Ludique op 7 April 2021 op 21.13

Al die leuke, hartelijke, herkennende en/of inhoudelijke reacties vormen telkens weer het fundament voor meer. Het zijn de haltes onderweg waar de passagiers aanmoedigen om weer door en nog verder te gaan.

Reactie van Maria op 8 April 2021 op 12.30

Weer een leuk verhaal en Lief...zoals altijd aards en zeker niet getroubleerd. Fijne dag en tot de volgende keer.

Je reactie hieronder, dit zijn de huisregels. 

Je moet lid zijn van Nederlanders.fr om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Nederlanders.fr

SNELMENU

SPONSOR | ENTREPRISE

© 2021   Gemaakt door: Anton Noë, beheerder en gastheer.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Privacybeleid  |  Algemene voorwaarden