Nederlanders.fr

Hèt netwerk van, voor en door Nederlandstaligen in Frankrijk - zegt het voort!

     

||  PLAATS BERICHT  ||  PLAATS ADVERTENTIE   ||  LIFTCENTRALE ||


Faneta kwam in haar deux-chevaux, redelijk op de afgesproken tijd aangehobbeld. Jan had het hek reeds open gezapt, hij stond haar in de deuropening op te wachten.
‘Goede morgen,’ riep Faneta terwijl ze uitstapte, gekleed in strakke spijkerbroek, een kort met vacht gevoerd jack en met een verbandtrommel in de hand.
‘Hallo,’ zei Jan ‘ik hoorde je al in de verte aankomen.’
Ze liep naar hem toe en hield automatisch haar wang naar hem gericht om de begroetingskussen naar Franse gewoonte in ontvangst te nemen. Jan reageerde niet.
Faneta bedacht dat Nederlanders misschien een ander begroetingsritueel hadden.
‘Hoe begroeten Nederlanders elkaar als ze elkaar tegen komen?’ vroeg ze.
‘Hè? O, gewoon met ‘hallo, hoe gaat het?’ Met diverse meer of minder populaire variaties daar op. Hoezo?’
‘Wij doen dat wat minder onderkoeld.’ Zei Faneta met een brede glimlach om de kritiek wat te verzachten. ‘Mannen geven elkaar altijd een hand en vrouwen worden drie maal op de wang gekust, rechts-links-rechts… natuurlijk wel nadat er eenmaal is kennis gemaakt.’ Zei ze er snel achteraan om misverstanden te voorkomen. Ze zag hem er wel voor aan, meteen aan het kussen te slaan bij de eerste de beste vrouw die hem de weg vraagt.
‘Ook als je elkaar iedere dag ziet?’
‘Ja, er wordt behoorlijk veel gekust als je er zo over nadenkt. Kom, ik zal eerst die arm van je verzorgen. Als je op de keukenstoel gaat zitten dan kan ik je makkelijker behandelen.’

Jan trok zijn hemd uit geholpen door Faneta.
‘Goed, leg je arm losjes op de keukentafel.’ Ze masseerde even zijn schouders om hem te ontspannen, Jan onderging het welgevallig.
‘Je hebt sterke schouders, je spieren zijn mooi zichtbaar, je zou een goed model zijn om te schilderen.’
Jan reageerde verlegen.
Zo fotogeniek ben ik niet.’
‘Nou dat valt nogal mee, maar schilderen is iets heel anders dan fotograferen, het gaat niet zo zeer om de exacte weergave maar meer het tot uitdrukking brengen van de inhoud achter de façade.’
‘Ik kan me daar niet veel bij voorstellen.’
‘Dat is niet erg, je moet zo’n schilderij zien dan herken je het vanzelf.’
De inspectie van de wond gaf geen aanleiding tot zorgen.
‘Zo je kan er weer een dag mee vooruit,’ stelde Faneta vast na reiniging van de wond en de aanleg van een nieuw verband, ‘de verzorging kan daarna wel om de twee dagen.’
‘Als je zover bent kunnen we wel richting supermarkt, heb je een boodschappenlijstje?’
‘Nee, ik heb niet zo veel nodig: brood, beleg, melk, een zak diepvriespatat en wat blikgroentes, dat kan ik nog wel onthouden.’
‘Oké, we gaan.’

In de supermarkt bevestigden ze het stereotiepe beeld van de Mars en Venus herkomst van man en vrouw; zij, gedecideerd aanwijzend wat hij uit het schap moest pakken, hij, wat verloren mee slenterend en haar aanwijzingen opvolgend, quasi ongeïnteresseerd en niet op de hoogte van kwaliteit- en prijsverschillen.
‘Je moet op de houdbaarheidsdatum op dat blik bruine bonen letten, je moet de achterste nemen de oudste staan altijd vooraan.’
‘Ach, die blikken zijn zo lang houdbaar dat tegen de tijd dat de uiterste houdbaarheidsdatum bereikt is, ik de inhoud allang gegeten heb.’
‘Ja, doe het nou maar gewoon dan loop je in ieder geval geen risico. We moeten nog wijn hebben.’
‘In de kelder van het huis staat een groot wijnrek helemaal vol met van alles, daar mogen we van mijn tandarts van nemen wat we nodig hebben.’
Bij de kassa wilde Jan betalen met zijn creditcard.
‘Nee, laat mij betalen, ik heb een klantenkaart, dan krijgen we korting.’
‘Oké, maar ik wil in ieder geval mijn deel betalen.’
‘Dat regelen we thuis wel.’

Thuis? Dacht Jan, we wonen er geen van beide… verdorie ik heb er helemaal niet aan gedacht om de tandarts te bellen om te melden dat ik gearriveerd ben.
‘Als we terug zijn moet ik eerst de tandarts bellen dat ik heelhuids ben aangekomen.’ Zei hij tegen Faneta.
‘De tandarts? O, je bedoelt Ans de Kroot, daar ben je niet te vroeg mee.’
Jan kon dat niet ontkennen en onthield zich maar van een reactie.
Faneta had achter in de auto een paar opvouwbare plastic kratten liggen; daarin werd de buit verdeeld.
‘Het loopt intussen tegen twaalven, zullen we een sandwich gaan eten in de supermarkt bij de snackbar?’ Stelde Faneta voor.
‘Goed idee, ik heb wel trek gekregen na het slalommen in dat gigantische magazijn, je legt ongemerkt aardig wat meters af.’

Ze waren aan een tafeltje gaan zitten bij het raam met zicht op de kassa’s van de supermarkt. Allebei met een half stokbrood met ham en kaas en een frisdrank.
‘Dat schilderen,’ vroeg Jan, ‘kun je daar van leven?’
‘Nee, niet echt, ik verkoop niet veel, maar ik heb er andere activiteiten naast; illustraties voor kinderboeken en ook boekomslagen, zo af en toe wandschilderingen voor een kantoor en nog wat van dat soort toepassingen. Ik ben daarbij wel afhankelijk van opdrachten.
Het enige continuüm is de deal met mijn vader; hij was journalist maar schrijft nu columns voor een paar dagbladen en twee weekbladen bovendien schrijft hij populairwetenschappelijke boeken. Ik doe het secretariaat, contacten met uitgevers en redacteuren van bladen en ik beheer zijn agenda, daarnaast regel ik de financiën. Daar betaalt hij mij een vast bedrag voor, ongeacht het aantal uren dat ik besteed.’
‘Je hoeft je dus niet te vervelen, je hebt genoeg wisselende contacten.’
‘Wisselend wel, contacten nauwelijks, in de opdrachtnemer- opdrachtgeverrelatie moet je daar uiterst terughoudend in zijn,’ repliceerde Faneta licht gepikeerd.
Jan begreep in zijn naïviteit de reactie van Faneta op zijn ongelukkig geformuleerde opmerking niet.
‘Hoe overleg je dan met je opdrachtgevers als je geen contact onderhoud?’
‘O, bedoel je het zo, ja, overleg is er natuurlijk intensief.’ Jan had het gevoel dat ze niet op dezelfde golflengte zaten.
‘Wat doe jij eigenlijk voor werk? Aan je figuur te zien iets fysieks.’
‘Vroeger meer dan nu, toen had ik vee, nu verbouw ik mais daarbij is het meeste werk machinaal. Het is nu de stille tijd, de mais is van het land en de grond bewerkt; het is wachten op het voorjaar.’
‘A bon, vandaar dat je tijd hebt om hier een paar weken op het huis van je tandarts de passen.’
‘Ja, maar tot nu toe loopt het niet helemaal zoals ik had gedacht.’
‘Dat kan ik mij voorstellen, je had niet verwacht dat je beschoten zou worden, maar wellicht raak je wat positiever gestemd bij de kennismaking met mijn kookkunst.’
‘O, maar dat is al zo na onze eerste kennismaking.’ Reageerde Jan met een grijns in een vlaag van charme dat hij niet gewoon was. Faneta’s bloeddruk piekte even.

Weergaven: 525

Rubrieken,

Klik hieronder voor meer berichten in dezelfde rubriek.

20180906, Korte Verhalen, Kunst en Cultuur

Reactie van Henri Bik op 9 September 2018 op 21.13

Het zal mij benieuwen wat  Faneta voor Jan R. kookt en welke wijn ze daarbij drinken.

Je reactie hieronder, dit zijn de huisregels. 

Je moet lid zijn van Nederlanders.fr om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Nederlanders.fr

GA DIRECT NAAR:

Uw donatie is nodig

ENTREPRISE | SPONSORS

© 2023   Gemaakt door: Anton Noë, beheerder en gastheer.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Privacybeleid  |  Algemene voorwaarden