www.nederlanders.fr

Het netwerk van, voor en door Nederlandstaligen in Frankrijk

 

 

-Dick, hoe oud is dat Franse huis van jou?

-Heel oud.

-Já, dat weet ik. Ik vroeg: hóé oud?

-Een deel is in 1634 gebouwd, het jaar waarin Rembrandt met Saskia trouwde. Volgens kenners is het andere deel nog wat ouder.

-En hoe is de staat? Ik bedoel de staat van onderhoud?

-Redelijk. De muren zijn dertig tot vijftig centimeter dik, dus die kunnen wel tegen een windvlaag.

-En het dak. Lekt dat?

-Jawel, de ene keer hier en de andere keer daar. Niet veel. Ligt een beetje aan de windrichting. Maar het lekt alleen als het regent.

-En als het niet regent?

-Dan lekt het niet.

-Heb je nog wat nieuws uit je contreien te melden?

-Helemaal niks. Er gebeurt hier maar weinig hoor. Maar er zijn wel dingen in de tuin die me opvallen. En me verontrusten.

-Vertel op!

-Er hebben jarenlang zwaluwen in de schuur genesteld, maar die zie ik al heel lang niet meer. Het aantal konijnen is niet meer wat het is geweest. Egels? Uitgestorven. Vlinders en libellen zie je zelden of nooit, glimwormpjes zijn verdwenen. Eetbare slakken (les petits gris) raapten we met tientallen, vooral met al die brandnetels in de tuinen. Verdwenen….

-Maar uh… mussen…. Die zijn er toch nog wel?

-Nou je het vraagt…. Verdomd! Die zie ik ook niet meer. Een paar jaar geleden sliepen ze nog met tientallen in de laurierstruiken. Als je dan weleens in je handen klapte, vlogen ze in wolken tegelijk weg.

-En spreeuwen?

-Eén keer per jaar, voor twee of drie dagen maar, in grote zwermen zelfs. Om mijn kersen en die van de buren aan te vreten.

-Ik herinner me veel hagedissen op en aan de keukenmuur.

-Klopt! Mijn toen driejarige kleindochter Iris was er ook door verrast. Ze kwam naar het terras rennen en riep verwonderd: “Ik zag heel veel kleine, levende krokodillen.” Die zijn ook weg.

-Jammer. Het gaf de tuin zo’n zomerse sfeer.

-Inderdaad. En nu ik zo de balans op maak: distelvinken, alias putters, alias tukkers, die altijd feestelijk geklede en vrolijke zangers, heb ik al jaren niet meer gezien. Die nestelden stiekem in de klimrozen. En kwikstaarten, die zo parmantig over de nok trippelden: foetsie. Sperwers? Verdwenen! Zelfs uilen zie en hoor ik niet meer. Torenvalkjes: zelden te zien. Houtduiven? Geen enkele meer. Eksters? Soms een overgebleven exemplaar. Tortels? Ook afgelopen.

-Die tortels koerden zo gezellig.

-Dat vinden wij, já. Maar Fransen beklaagden zich er over, omdat ze zo’n herrie maakten.

-Fransen gaan massaal dood als ze niks meer te mopperen of te klagen hebben.

-Weet je: ik mis ook de winterkoninkjes, die luidruchtige krielen met hun parmantig omhoog gestoken staartje. Die maakten op de vreemdste plaatsen nesten van mos. Als ze daar geen zin in hadden, gingen ze kraken: dan namen ze zonder omwegen een zwaluwennest in beslag.

-En wespen?

-Já, wespen…. Breek me de bek niet open. Het seizoen begon met een frelon, zo’n super grote wesp die wij hoornaar noemen. Eentje had zich in een schoen verstopt. Toen ik die wilde aantrekken, stak het kreng in m’n grote teen.

-Zo’n prik merk je wel meteen, is het niet? Wat heb je gedaan?

-Ik heb m’n voet onmiddellijk in een bakje azijn gezet en ben zo een kwartiertje blijven zitten.

-En dat had effect?

-Jawel. Daarna voelde ik alleen nog het plekje waar de angel in m’n teen was gestoken.

-Je hebt ook nog wat met een wesp gehad.

-Ook nog. We aten stukken meloen. Ik lette even niet goed op en aïe!... zo’n ellendeling stak z’n angel in m’n onderlip.

-Gossie. Ben je toen azijn gaan drinken?

-Ik heb de gestoken plek met azijn gedept, maar dat hielp nauwelijks. M’n lip werd dikker en dikker, tot groot vermaak van m’n tafelgenoten. Die lachten zich zowat te barste. Hoe dikker die lip werd, hoe meer plezier ze hadden. De naarlingen! Ik voelde me net iemand van zo’n Afrikaanse stam waar een schotellip een schoonheidsideaal is.

-Jij bent toch al niet zo’n mooie jongen en met zo’n dikke lip werd dat er natuurlijk niet beter op.

-Dank je. Ik gun jou ook best zo’n ervaring. Piep je wel anders.

-Je hebt al een waslijst van verdwenen vogels genoemd. Of heb je er nog meer?

-Is het al niet genoeg? Uh…. ff denken. Jawel: spechten. De bonte, met z’n rooie kop en dito staart, kwam heel af en toe een beetje showen op de granieten trap bij de keukendeur. Zijn groene soortgenoot, ook met een rooie pet op z’n kop, is het lachen wel vergaan. Ik hoor hem dat in elk geval al lange tijd niet meer doen.

-Verder nog ellende in de tuin?

-Jawel. Ik bedenk nu dat ik vorig jaar zelfs geen mieren heb gezien. En dit jaar ook niet.

-Jij doet toch niks met insecticiden en herbiciden of ander gif?

-Natuurlijk niet. Geen korrel, geen druppel, zelfs geen snufje.

-En nu zelfs geen mieren meer op of in de grond.

-En in de lucht ook nog nauwelijks krijsende buizerds, op zoek naar een muis, een slak of liever een kip. Ooit dachten bezoekers dat mijn huis in een vogelpark stond – een soort Avifauna. Een jonge dame vergeleek mijn tuin eens met het paradijs. Waarop ik haar voorstelde zich als Eva te gaan kleden.

-En?

-Daar ging ze niet op in. Het mag je inmiddels duidelijk zijn dat er erg veel is verdwenen. En dat allemaal in zo’n tien jaar tijd in mijn directe omgeving, op het echte platteland, waar per tienduizend vierkante meter één mens woont.

-Já, wat jij nu zoal opnoemt. Tjonge! We kunnen doen alsof er niets aan de hand is, maar het is toch zorgwekkend.

-Het is héél erg zorgwekkend. En nou ik er goed over nadenk : vliegende herten heb ik al jaren niet meer gezien. Meikevers? Soms zie je er nog een. Zelfs bijen zijn zeldzaam geworden en zwarte bijen, die in het vroege voorjaar nestruimte zochten tussen de kieren van de natuurstenen muren, zijn er al jaren niet meer. Wat ik jaar in jaar uit verrassend vond waren tientallen rupsen die via zelf gesponnen draden de kardinaalsmutsboom in klommen of verlieten – dat weet ik niet meer. Kikkers en krekels, spitsmuizen, afijn….

-Verdwijnt alles uit de natuur?

-Je zou het gaan denken. Merels en koolmezen hebben zich nog weten te handhaven. En in maart of april waren er in mijn tuin en in die van de buren opeens opvallend veel jonge padjes. Maar waar ze nu zijn?

-Silent spring dus?

-Helaas. Terwijl de breinloze schreeuwers maar blijven verkondigen dat er niets aan de hand is. Je hoeft alleen maar om je heen te kijken om te zien hoeveel er verloren gaat. De in dit opzicht stekeblinden zullen toch hun domheid steeds luider blijven rond bazuinen. Silent spring, zei je? Man: die beschrijving is al lang achterhaald. Silent years – dat is wat ons te wachten staat. Door grootschalige vervuiling en vergiftiging van lucht, water, bodem, rivieren, oceanen. Allemaal door de industrie, door vliegtuigen, door auto’s, door koeien, door kunstmest, door plastics, door….. nou ja, door van alles – niet te vergeten door wezens met hersenen. Als het zo doorgaat, gaat de aarde naar de maan.

Weergaven: 2153

Tags: (Klik voor berichten in dezelfde rubriek) 20181116, Korte Verhalen, Kunst en Cultuur

Reactie van Sequoia op 16 November 2018 op 20.35

Is dit een fictief verhaal of neem je dit zelf waar Dick? Geen idee waar je woont in Frankrijk, maar in de vaucluse lijkt het elk jaar steeds beter te gaan met alle door jouw genoemde dieren. Ik zie dagelijks meerdere soorten spechten, zwaluwen, kleine en grote roofvogels, kleine en grote zangvogels, en al de genoemde insectensoorten zie ik in de zomer op zijn minst regelmatig.

Natuurlijk helpt het ook om in ieder geval je eigen leefomgeving aantrekkelijk te maken voor deze diersoorten...

Reactie van Petra Boll op 17 November 2018 op 3.11

Denk  dat  al  de  beestjes  die  je  genoemt  hebt  verhuist  zijn  naar  de  Vendee want  ook  hier zijn  ze allemaal  aanwezig.

Reactie van WeKa op 17 November 2018 op 8.56
In de Dordogne nog plenty vogelsoorten, hagedissen, slakken, mussen enz.
Alleen sporadisch nog een konijn, maar dat is ook in België en een overgroot deel van Nederland het geval. Deze dieren hebben te maken met een virus dat rondwaart (VHS) en daartegen is nog steeds geen resistentie opgebouwd.
Reactie van René op 17 November 2018 op 9.24

In de Auvergne, Allier, genoeg van dat alles; roodborsten, mussen, vinken, merels, koekoek, reeen, hagedissen, mollen, veenmollen, vlinders in velerlei soorten en kleuren, koolmezen, pimpelmezen, slakken, hoornaren, meikevers, vliegen, spinnen en ga maar door... 

Heb in mijn tuin twee houtwallen aangelegd, nestkastjes gehangen, waterbak geplaatst, bijenhotel gehangen enz. Je tuin moet je wel interessant maken voor alles wat er rondom je huis leeft en groeit...

Reactie van Koos Dulfer op 17 November 2018 op 9.54

Als 'stadsjongen' uit Hollandia zomaar op het Franse boerenland neergestreken, het grind op de binnenplaats schoongehouden met Roundup, mieren die zich lekker warm nestelden tot zelfs in m'n PC aan toe bestreden met mierenlokdoosjes, vliegen met vliegenstrips in huis, boktorren en ander gespuis de kop in gedrukt in de eeuwen oude doorboorde balken en gebinten. 15 jaar later vriendschap gesloten met een paddenfamilie door in de warme droge zomers lage drinkbakjes neer te zetten op de mierensnelweg waar ze niet alleen graag een slokje uit drinken, maar er 's-nachts ook een heerlijk verkoelend bad in nemen. Betere miereneters kan je je niet voorstellen. Na verloop van tijd waren ze aan mij gewend, komen soms gezellig over de drempel de keuken binnen scharrelen en laten zich over het ruggetje aaien. 

Nog wel veel vliegen hier, veel te veel, dus komt ieder jaar een familie zwaluwen terug naar het nest in de oude latrine waar ze vrij in- en uit kunnen vliegen. Ook zij vinden het helemaal niet erg dat die grote oude mijnheer hun territorium deelt. Begin oktober net voordat de schemering viel buitelden ze met z'n allen vrolijke rondjes om- en om over de binnenplaats. Onderweg naar de overkant bleef ik getroffen door hun kunsten staan, één maakte zich los van de groep en dook rakelings langs m'n linkeroor- omhoog- maakte een salto en ffrrrr.... vlak langs m'n andere oor en allen slaakten verrukte kreetjes kriii- kriii- ongeveer zo. Een heel spektakel dat zo minutenlang doorging en maar doorging tot het mij duizelde. Op één kreet van één vlogen ze allemaal tegelijk op de stang van de buitenlamp om nog even na te kwetteren om daarna het warme nestje in te gaan. Kort daarop begint iedere avond het zelfde gebuitel, maar dan volkomen geluidloos, van de vleermuisjes.

De volgende dag herhaalde het fenomeen zich rond het zelfde tijdstip, maar toen met wel 3 of 4 broertjes of zusjes vlak langs mijn hoofd of krap onder m'n arm door. Kriii- kriii. De volgende morgen waren ze vertrokken. Tot volgend jaar dan maar.

Op de binnenplaats is geen grind meer te zien, het wordt periodiek gewoon meegemaaid zoals een stuk van het grasveld, een ander deel daarvan staat te verwilderen. Er komen steeds meer bloemen op waar allerlei insecten zich tegoed aan doen. Overal staan nu zowel op de grond als op verschillende hoogtes lage bakjes water waar niet alleen de padden, vogels, hagedisjes, maar zelfs de kleinste torretjes- bijen en wespen uit komen drinken. Een heel laag bakje met een suikerwateroplossing voor dodelijk vermoeide bijtjes leerde iemand me die er kennis van zegt te hebben.

Snoeihout dat eerder altijd naar de déchetterie afgevoerd werd, wordt nu een beetje aan de kant geschoven onder de bomen en struiken. Ongewenst onkruid gaat de compostkist in, afgevallen bladeren mogen rustig blijven liggen. Aan de fruitbomen mogen nu altijd een enkele appel, peer, pruim en vijg blijven hangen voor de meest uiteenlopende insecten die zich er aan te goed doen of zich er in voortplanten, weet ik veel? Elk jaar komt er weer iets meer eetbaars ook voor mijzelf uit eigen tuin bij na het eerste verpletterend succes dat de toentertijd iets te veel geplante tomaten opleverde. Liters en liters tomatensap- soep en saus in de vriezer gehad tot het volgende voorjaar en echt veel lekkerder dan die uit de supermarkt. Véél lekkerder. Vorig jaar voor het eerst weer lieveheersbeestjes gezien bij de bladluizen op de rozenstruiken. 

Sinds 2013 verzorgen zonnecelpanelen de benodigde elektrische energie, een boodschappenlijstje helpt om nog maar 1 keer per week de auto te gebruiken. Je kan zoveel op eigen terrein als je gepensioneerd bent.

Reactie van Theodora Besse op 17 November 2018 op 11.39


Wat een sombere kijk, Dick! En wat een mooi verhaal, Koos!

Plant een paar vlinderstruiken Dick, dan heb je binnen de kortste keren in de zomer allerlei vlinders in je tuin. De buxusmotten huizen er ook graag, maar ze lusten ze niet. Waarom die beesten hier sinds een paar jaar en masse mijn tuin komen bezoeken, snap ik niet. Kilometers in de omtrek geen buxus te bekennen.

Egels genoeg hier. 's Avonds als het donker is komen ze het kattevoer opeten, dat ik voor de wilde katten uit het keukenraam strooi. Hetzelfde doen de brutale eksters overdag. Gekko's in overvloed, ondanks m'n kat die zich amuseert met ze te vangen en dood te martelen, als ik niet op tijd weet in te grijpen.

De vogels heb ik vanwege de kat uit de tuin geweerd door de boom om te laten zagen waar talloze pimpelmezen huisden en door nooit meer zaadbollen op te hangen. Tot enkele jaren geleden had ik een dikke oude kat, die te lui was om te jagen, maar sinds ik dit jonge rode zwervertje Bo heb opgenomen, is geen levend wezen in de tuin zijn leven meer zeker, behalve de slakken. Af en toe zie ik nog een kwikstaart, maar die blijft veilig hoog op een telefoondraad zitten. Af en toe zie ik roodborstje, ook buiten kattenbereik. De eksters zijn een maatje te groot en een tikkie te brutaal voor Bo.

Wespen, frelons, vliegen en mieren tot vervelens toe, evenals schorpioenen. Aan mieren in m'n keuken heb ik de pest, dus daar gebruik ik een soort pasta voor. Dat nemen ze mee in hun nest en dan gaat het hele nest dood. Schorpioenen worden door mij genadeloos afgemaakt. Naar binnen vliegende frelons en wespen vang ik met een glas en een ansichtkaart, waarna ik ze naar buiten gooi. Vliegen laten zich niet vangen, dus die sla ik in één klap dood met een vliegenmepper (niet tegen de ramen!). Vliegenklevers vind ik het toppunt van wreedheid, evenals mollenkanonnen.

Over mollen gesproken: die zie ik niet meer, althans geen molshopen meer in m'n grasveld. Heb ze altijd simpelweg met de hak van m'n wandelschoenen aangestampt. Helpt kennelijk ook.

Reactie van Dienke Cazemier op 17 November 2018 op 12.15
Wij wonen in een biologische beheerde omgeving in Normandië maar daaromheen is de rucksichtloze ontbossing van de houtwallen schering en inslag. Op deze prairies groeit niets dan dat daar aangeplant is en ook dat zijn geen gewassen die prijs stellen op insecten. De ironie van de borden:'hier werken we aan een ecologische berm' terwijl er zich daarachter velden tot aan de horizon ontrollen met graan of koolzaad en nu mosterd. Mijn biologische B(r)oer vecht al zijn hele leven voor het idee dat wij van de aarde zijn en de aarde niet van ons. Langzaam ontstaat er wel een besef dat we zorgvuldiger moeten omspringen met wat we maar te leen hebben, maar aan de 'grote' boeren is dat niet besteed. Gelukkig lijken wij hier een soort 'veilige plek' voor veel beesten, maar het zou toch mooi zijn als die verregaande afbraak van het landschap tot stilstand komt..
Reactie van Koos Dulfer op 17 November 2018 op 14.37

Het was even zoeken, maar hierbij m'n vriendje Jacques de tuinpad in bad en, om te laten zien dat hij zich graag laat aaien ;-) 

Reactie van Koos Dulfer op 17 November 2018 op 15.03

Maar goed @Dick, Heel mijn manier om het buitenleven anders te gaan benaderen is een paar jaar geleden ingezet door verontrustende berichten in de media dat zoveel diersoorten het moeilijk hebben waar dan vorig jaar nog bijkwam dat er zoiets als 70% minder insecten schijnen te zijn. Hout- en tortelduiven zie je hier ook bijna niet meer, wel (meer roofvogels, dat zou een (mede)oorzaak kunnen zijn). Dus daarom probeer ik op mijn manier een heel klein steentje bij te dragen aan de bio-diversiteit van mijn kleine paradijsje. Idd, hebben een paar vlinderstruiken die een paar jaar geleden als cadeau van een vriendin die daar al vele stappen verder in was er leuk aan bijgedragen.

Ook het departement (79) doet z'n best door in plaats van 5x per jaar alle bermen, tot en met de kleinste C en D-weggetjes aan toe te maaien, door dat nog maar 2x per jaar te doen. Daardoor kunnen bloemen en planten tot wasdom komen, zich uitzaaien (waar niet alle boeren blij mee zijn) en rare diertjes, mij volkomen onbekend, zich lustig kunnen voortplanten. Voorts scheelt dat tonnen en tonnen C02-uitstoot die de dieseltractoren voor dat werk anders uit zouden stoten en, niet in de laatste plaats, het geld dat dat maaien over duizenden kilometers samen anders kost.

 

Reactie van Theodora Besse op 17 November 2018 op 15.10


Dan zal ik ook mijn egeltjes maar showen. Niet zo schattig als padje Sjaak van Koos en veel onscherper, maar het was stikdonker en het raam zit 2,5 meter boven de weg.


Hieronder is plaats voor een reactie. Blijf bij het onderwerp. Wees constructief en vriendelijk. Uw kennis en ervaring worden op prijs gesteld.

Bent u de plaatser van dit bericht? Reageer dan ajb op de gegeven reacties en adviezen. Het kan geen kwaad om mensen te bedanken voor hun welgemeende reacties. Onze huisregels ...

Je moet lid zijn van www.nederlanders.fr om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van www.nederlanders.fr

-

Google advertenties

Vacatures via NLFR

-

Advertenties

© 2019   Gemaakt door: Anton Noë (beheerder).   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Privacybeleid  |  Algemene voorwaarden