NEDERLANDERS.FR

Hét netwerk van, voor en door Nederlandstaligen in Frankrijk

Op 5 januari 2018 zijn dan eindelijk de definitieve regels gepubliceerd voor het nieuwe micro-regime. Ik heb al eerder op deze site iets geschreven over wat er mogelijk zou gebeuren, maar nu zijn de regels helder.
De micro-entreprise is de Franse oplossing voor de kleinst mogelijke bedrijven (in Nederland meestal aangeduid met ‘eenmanszaak’. Dit is overigens niet hetzelfde als een ZZP-er, want een micro-entreprise kan tot maximaal 5 personen in dienst nemen).

De micro-entreprise is beperkt tot een aantal omschreven bedrijfsactiviteiten, dus niet mogelijk voor alle startende ondernemers. Welke bedrijfsactiviteiten precies zijn uitgesloten kan worden gevonden op www.afecration.fr.

Er zijn drie geroepen bedrijfsactiviteiten waarvoor de micro-entreprise wel beschikbaar is. Ik hanteer daar een korte naam voor (in Franse publicaties wordt steeds de hele riedel herhaalt van wat er onder dat kopje valt):
- Handel en de meeste toeristische activiteiten (geclassificeerde gîtes, chambres d’hôtes, restaurant, hotel, mini-camping). Hieronder vat ik dit samen als ‘commerc e’
- Commerciële dienstverlening, inclusief de overige toeristische activiteiten (niet-geclassificeerde gîtes, overige campings, concergerie, verhuurdiensten, marketing). Hieronder vat ik dit samen als ‘service/BIC’
- Vrije beroepen en persoonlijke dienstverlening. Hieronder vat ik dit samen als ‘service/BNC’

Dit zijn de belangrijkste wijzigingen voor de micro-entreprise vanaf 2018:

a. Verhoging van de maximaal toelaatbare omzet per jaar:
- voor commerce: van € 82.800 naar € 170.00;
- voor service: van €32.200 naar €70.000;
- afschaffing van de 15% tolerantie: vroeger kon je éénmalig maximaal 15% over de omzetgrenzen heen gaan en toch in het micro-régime blijven, vanaf 2018 kan dat niet meer.

b. Afschaffing van de bedrijfsvorm ‘entreprise individuelle.’ Tot 2018 was het mogelijk om boven de omzetgrens van het micro-régime toch een eenmanszaak te houden, maar dan onder het régime réel. Die mogelijkheid is nu afgeschaft: Eenmaal over de grens heen, dan moet er verplicht voor een andere bedrijfsvorm worden gekozen.

c. Loskoppeling van de verplichtingen van de ondernemer t.a.v. sociale lasten en belastingen:
- zie hieronder voor de verschillende tarieven;
- geen automatische TVA-vrijstelling meer.

Sociale lasten

De sociale lasten die de micro-entreprise moet afdragen zijn verlaagd per 1-1-2018. Dit zijn de nieuwe tarieven:
- voor commerce: 12,8% van de omzet + 0,1% als bijdrage aan gesubsidieerde opleidingen, totaal dus 12,9% van de kwartaalomzet, elk kwartaal te betalen
- voor service (voor alle dienstverleners, behalve artisans): 22,0% van de omzet + 0,2% als bijdrage aan gesubsidieerde opleidingen, totaal dus 22,2% van de kwartaalomzet, elk kwartaal te betalen. Voor artisans: 22,0% van de omzet + 0,3% als bijdrage aan gesubsidieerde opleidingen, totaal dus 22,3% af te dragen.

Inkomstenbelasting

Uiteraard vallen de inkomsten van de micro-entreprise onder de inkomstenbelasting (Impôt sur le Revenu, IR) en niet onder de in Frankrijk akelig hoge vennootschapsbelasting (Impôts sur les Sociétés, IS). De micro-entreprise kan kiezen uit twee opties:

a. Een vast percentage aan belasting betalen, elk kwartaal tegelijk met de te betalen sociale lasten. Deze keuze is alleen mogelijk indien de totale gerapporteerde omzet over de laatste vier kwartalen minder bedraagt dan €28.818 in geval de ondernemer alleen is, of minder dan € 43.227 in geval hij een meewerkend echtgenoot heeft aangemeld. Dit zijn dan de vaste afdrachten:
- voor commerce: 1% van de jaaromzet;
- voor service/BIC: 1,7% van de jaaromzet;
- voor service/BNC: 2,2% van de jaaromzet.

b. Toevoeging van de omzet van de micro-entreprise aan de jaarlijkse aangifte IR, waarbij hij:
- voor commerce: slechts 29% van de omzet hoeft op te geven, de rest is belastingvrij;
- voor service/BIC: slechts 50% van de omzet hoeft op te geven, de rest is belastingvrij;
- voor service/BNC: slechts 66% van de omzet hoeft op te geven, de rest is belastingvrij.
Over de meetellende omzet worden de schijven van de IR toegepast (zie hier: http://www.journaldunet.com/patrimoine/guide-des-finances-personnel...
Overigens behoeft slechts IR te worden betaald indien de volgens bovenstaande regels uitgerekende belasting meer is dan €305. Zo niet dan wordt de belasting kwijtgescholden.

TVA

De micro-entreprise werd tot nu toe altijd vrijgesteld van TVA-verplichtingen: geen TVA- nummer, geen TVA te berekenen op zijn facturen, geen TVA-kwartaalaangiftes, maar natuurlijk ook geen TVA-teruggave op zijn inkopen. Per 1 januari 2018 is dat voorbij. Vanaf nu geldt het volgende:

a. In geval de micro-entreprise met zijn omzet onder een bepaalde drempel blijft, blijft het oude systeem van TVA-vrijstelling gehandhaafd. Dit zijn de drempels:
- voor commerce: € 82.800/jaar;
- voor service: € 33.200/jaar
Overigens geldt voor de overschrijding van deze omzetdrempels nog wel éénmalige de 15% tolerantie.

b. Zodra de jaaromzet boven deze drempel komt, moet de micro-entreprise vanaf de eerste van de maand waarin deze overschrijding plaats vindt TVA over zijn omzet gaan berekenen (voor zover die omzet aan TVA is onderhevig natuurlijk), TVA-aangiftes gaan doen en mag hij ook TVA over de inkoop verrekenen, zolang die inkoop aantoonbaar gerelateerd is aan de gerealiseerde verkoop, met terugwerkende kracht van maximaal 1 jaar. De overige regels voor sociale lasten en belasting blijven gelijk.

c. Dit alles heeft als consequentie dat de micro-entreprise een boekhouding moet gaan bijhouden voor zijn omzet, waarin precies, in chronologische volgorde, zijn omzet is geboekt. In feite doen de micro-entreprise dat al, omdat hij nog altijd elk kwartaal de omzet van de afgelopen drie maanden moeten opgeven. Aan dat mechanisme is niets veranderd. Maar nu moet de micro-entreprise voortaan ook een boekhouding bijhouden van de inkoop, om in geval van overschrijding van de omzetgrenzen de betaalde TVA te kunnen verrekenen. In principe neemt de boekhoudkundige last voor micro-entreprises dus toe. Een officiële accountant is niet verplicht voor de aangiftes.

Zie hier voor meer informatie: www.afecreation.fr/pid846/regime-micro-entreprise.html?&xtor=EP...

Wim

Weergaven: 2813

Rubrieken,klik voor meer berichten in dezelfde rubriek

20180115, Midden- en Kleinbedrijf, Overheid

Reactie van Theodora Besse op 24 Januari 2018 op 14.21

Sorry David, ik heb je vraag verkeerd begrepen. Eerlijk gezegd begrijp ik ook niet waar je het over hebt. Ik heb nog gekeken op lautoentrepreneur.fr, maar kan daar niets vinden dat lijkt op vijf keuzemogelijkheden. Hopelijk weet Wim wat je bedoelt. Succes.

Reactie van Wim van Teeffelen op 24 Januari 2018 op 15.21

Ik heb geen idee waar David het over heeft.

Wim

Reactie van David Mathijs op 24 Januari 2018 op 16.24

Hallo Wim, sorry voor de onduidelijkheid; in bijlage heb ik het stukje rechtstreeks van de site secu independants geplakt. Het handelt dus over de 5 mogelijkheden hoe je sociale bijdrage geregeld wordt als conjoint collaborateur

conjoint%20collaborateur.pdf

Reactie van Gerarddj op 24 Januari 2018 op 16.42

Daar was ik nog een keer. De maandelijkse afdracht is, zonder enig voorbericht, weer afgeschreven. Nu echter niet naar de RSI maar naar de Urssaf. Bedrag is ongeveer gelijk aan vorig jaar.

Reactie van Wim van Teeffelen op 24 Januari 2018 op 16.52

Ik ken deze lijst helemaal niet. In voorkomende gevallen kies ik altijd 'forfaitaire' (optie 1), omdat dat leidt tot de laagst mogelijke cotisation. Met alle andere opties kun je het pensioen van de conjoint verhogen, door nu meer sociale lasten af te dragen. De meeste ondernemers, zeker Nederlandse ondernemers,  willen dat niet en gaan voor de laagst mogelijke afdracht nu en als er dan geld overblijft in het bedrijf regelen ze hun eigen aanvullende pensioen wel (soms zo simpel als een extra spaarrekening, of een levensverzekering), daar hebben de meeste ondernemers de Franse overheid niet voor nodig.

Reactie van Rob van Schijndel op 24 Januari 2018 op 19.00

Dit lijstje is zeker niet nieuw en van groot belang voor de premies (bij meewerkende partners). Als je voor de laagste afdracht wil gaan, moet je kiezen voor de optie ¨avec partage¨. Dan bouw je bijvoorbeeld ieder pensioen op over 50% van de grondslag. Wil je voor het hoogste pensioen gaan, dan sans partage. 

Wordt dit niet aangegeven bij de inschrijving, dan moet je dat later alsnog doen. 

Reactie van Rob van Schijndel op 24 Januari 2018 op 19.04
Reactie van Wim van Teeffelen op 24 Januari 2018 op 19.07

Dank je wel, Rob. Dat wist ik niet. Bij de inschrijving van een bedrijf kom deze vraag niet aan de orde. Het wordt later met een formulier aan de conjoint collaborateur gevraagd wat die wil. 

Wm

Reactie van M en M 80460 op 24 Januari 2018 op 19.37

Toevallig dat ik de afgelopen dagen over hetzelfde heb nagedacht als David. Komende maandag heb ik voor het toevoegen van de conjoint collaborateur een afspraak bij de CMA. Dat er blijkbaar geen keuze meer is uit vijf mogelijkheden wist ik nog niet dat zal ik daar zeker navragen. Ik wilde sowieso hun advies voor onze situatie vragen. Mocht ik dan wijzer zijn geworden zal ik dat hier delen. Zover ik weet mag je jaarlijks voor een van de vijf opties kiezen en is een keuze nu niet voor altijd.

M&M

Reactie van David Mathijs op 24 Januari 2018 op 20.06

Super, ik kijk uit naar jouw ervaring en de antwoorden die je krijgt.

Hieronder is plaats voor een reactie

  • Blijf bij het onderwerp.
  • Wees constructief en vriendelijk.
  • Uw kennis en ervaring worden op prijs gesteld.

Onze huisregels ...

Bent u de plaatser van dit bericht? Reageer dan ajb op de gegeven reacties en adviezen.


Je moet lid zijn van NEDERLANDERS.FR om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van NEDERLANDERS.FR

-

Google advertenties

© 2019   Gemaakt door: Anton Noë, beheerder en gastheer.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Privacybeleid  |  Algemene voorwaarden

Anton Noë ...