Nederlanders.fr

Hèt netwerk van, voor en door Nederlandstaligen in Frankrijk - zegt het voort!

Toen wij, in 2005, in de Pyrénées Mediteranées aankwamen hadden wij Hannes, mannetje, negen jaar, Terre Neuve (New Foundlander), bruin, imposant en lief dier van een kilo of vijftig. Onze direkte buurman, David, neen eigenlijk z'n dochtertje van toen drie, had en heeft Jena een zeer onderdanige kruising van een kruising, vrouwtje, toen zeer jong, heel lief en gehoorzaam, ik schat tien kilo. Diens direkte buurman, Louis, volgens de gewoontes van de campagne, toch ook de onze, is oper-oper-hoofd van de jacht. Er zijn in onze gemeente twee jacht equipes met iedere hun, zeer democratisch gekozen, chef. Boven die twee chefs staat Louis, ook weer democratisch gekozen. Louis is dus een zeer invloedrijk man. Als hij het zegt is het goed, wat hij zegt is waar en vooral, wat hij zegt dat doen we. 

Louis is getrouwd met Françoise, dat is op zich niet zo erg waren het niet dat Françoise in de gemeenteraad zit. Ze is de enige vrouw in de raad en dat vinden die kerels best wel leuk. Ook wat Françoise zegt is goed en waar én ze heeft veel invloed op de burgermeester, ze is lid van dezelfde partij. Louis is met pensioen en heeft een, betaalde, vakantie opvang voor honden. Niet iedere buurtbewoner heeft dat even goed begrepen, die dachten, of wilde denken, dat Louis een hondenasiel had. Louis heeft dus een wisselende groep van honden, gelukkig kleine honden. Daarnaast tien kennels voor betalende gasten met een grote, omheinde, uitloopmogelijkheid. Hoe Louis het voor elkaar krijgt snap ik niet, maar zijn hondjes blijven altijd in de buurt van zijn huis. Louis heeft een buurvrouw, Marie, een ontzettend lief en hartelijk mens, die heeft twee prachtige boxsers, die ook nooit van haar terrein afgaan.

Hannes was, in Nederland, gewend om altijd aan de lijn te lopen, alleen op het recreatieterreintje naast ons huis, waar ik altijd drie rondjes om de paddenpoelen met hem liep, mocht hij los. En nu mocht hij plotseling altijd en overal los. Een hondenhemel! Maar alles snappen, dat deed Hannes niet. Je moet bijvoorbeeld je poot naast een kastanje-bolster zetten, niet er op. Wij wonen temidden van duizenden kastanje bomen, dus Hannes liep regelmatig mank. Dan peuterde wij weer zo'n stekel tussen zijn tenen vandaan. Een keer was het niet goed gegaan en had Hannes een etterende zweer tussen het kussentje van z'n poot en een teen. Met dezelfde snelheid dat wij er trekzalf opsmeerde likte Hannes het er weer af. Janine deed er weer zalf op, deed Hannes een oude sok aan en bond die sok vast. Hij kon hem niet uitkrijgen. Wat later hinkte Hannes de wei over richting David. Later vertelde David: Hannes ging vijf meter van onze deur zitten en begon zachtjes te janken. Toen wij kwamen kijken tilde hij z'n poot met sok op en jankte wat harder. "Kijk nou, kijk wat ze nu weer gedaan hebben." Ik heb hem maar geknuffeld en naar huis gestuurd. "Nach Haus, nach Haus" is de kreet die David daarvoor gebruikt, in de vaste overtuiging, nu nog steeds, dat dat (ook) Nederlands is.  
 
Ik had al een paar keer een Patou (Catalaans) gezien, een Pyreneese Berghond of te wel een Bergé Pyrénées. Die laatste naam is fout, het zijn geen herdershonden. Patous hebben de taak hun kudde te verdedigen tegen niet gewenste indringers. Vroeger waren dat wolven en vossen, tegenwoordig loslopende honden, te nieuwsgierige wandelaars en "de hele wereld is van mij" mountainbikers. Soms lees je weleens in de krant mountainbiker aangevallen door grote witte hond. Tja, die biker was ergens waar hij niet hoorde te zijn denk ik dan. Goed ik wilde zo'n Patou.
Dat bleek in onze buurt nog niet zo eenvoudig. De schapenhouders die én een mannetje én een vrouwtje hebben geven de puppies alleen door aan andere schapen- of geitenhouders. Ze laten het toegezegde aantal jongen leven en de rest wordt onmiddellijk na de geboorte verzopen. Maar David wist een oplossing.

Christine, mijn vrouw, speelt verschillende blaasinstrumenten. Ja dat weten we, het klinkt vaak over onze weide, we vinden het prachtig. Ze oefent en speelt met Michelle. Oh. Michelle is getrouwd met Jean-Cloude. Aha, die Jean-Cloude die aan de andere kant van de gemeente, hoog in de bergen een grote schaapskudde heeft? Ja die, ik zal eens met ze praten. Graag. Twee maanden later David: het is in orde jullie krijgen een patou. Twee maanden later David: er is nu een nest ga er maar heen. Wij er heen. Michelle: oh jullie zijn die etrangers, die buren van Christine. Ja dat klopt. Jammer ik heb er even niet aan gedacht, ik heb geen hondje voor jullie. Maar ik zal het Christine de volgende keer weer laten weten en dan zal ik er echt voor jullie eentje in leven laten. Bij die gelegenheid ontmoeten wij de vader van alle Patous in onze buurt. Ik liep onbevangen op hem af, dat doe ik bij iedere hond. Pa, zal ik maar zeggen, liet bij een afstand van ongeveer dertig meter al blijken dat ik niet welkom was, maar hij trok zich een meter of tien terug. Welke tien meter ik weer dichterbij kwam. Toen trok Pa zijn bovenlippen op en toonde een stel tanden waar een everzwijn zich niet voor zou schamen en gelijktijdig kwam er een diep gebrom uit. Dichterbij ben ik dus maar niet gegaan. Deze Pa en Ma passen echt op de kudde en op huis en haard en met Pa valt niet te spotten.

Vier maanden later zegt Patricia, onze steun en toeverlaat op ons domein, mijn = ik weet haar naam niet meer = heeft een nest en ik heb nog één mannetje over. Hij is zo schattig, zo lief en zo mooi, willen jullie hem niet nemen. Nou dat wilde ik dus helemaal niet. Na enig heen en weer gepraat gaf ik mij over. Kom maar hier met dat hondje, hoe oud is het nu? Acht weken. Oh, neem hem dan morgen maar gelijk mee. We noemden hem Piet, want hij was zwart als roet en het was inderdaad een leuk en lief hondje. En omdat hij glanzend zwart was toch ook mooi. Wij hadden de laatste twintig jaar één hond opgevoed, Hannes. Dat was redelijk eenvoudig geweest. Van Hannes waren de voorouders tot wel tien generaties terug bekend, al die generaties hond waren gedrild geweest in: de mens gehoorzamen en doen wat er gezegd wordt. Bij dat soort dieren zit gehoorzamen en sociaal gedrag in de genen. Bij Piet was dat anders. Piet snapte er niets van en wij snapte niets van Piet. Piet was een echte deugniet en ik vond het leuk. Als Patricia kwam nam ze Tina mee, Piets zusje uit hetzelfde nest. Met z'n tweeën waren ze nog leuker. Tina gehoorzaamde een beetje, Piet in het geheel niet.     

Weer drie maanden later, Christine: Boudewijn er is gisteren een nest geboren en er is nu echt een hondje voor jullie bij. Wij er onmiddellijk heen. Het nest bleek een week oud, maar dat gaf niet. Er was een hondje voor ons. Michelle ontving ons deze keer als oude vrienden, dus alles oké. Zoek er maar eentje uit. Ze waren alle drie doddig en lief, dus geef ons die maar. Afgesproken die is voor jullie. Michelle wat moeten wij je straks betalen, of wil je nu alvast betaald hebben? Daar praten we later nog wel over, en hup naar een ander onderwerp.  Twee weken later gingen we weer naar ons hondje kijken. Nog steeds doddig. Michelle: wil je het even vasthouden Boudewijn? Nou dat wilde Boudewijn wel. Michelle wist vast wat er komen ging, maar ik niet. Michelle drukte mij het hondje in handen en ik knuffelde het tegen mijn linker wang. Ma kwam langzaam overeind, kwam naar mij toe, trok haar boven lippen op (de tanden waren minder indrukwekend dan die van Pa, maar indruk maakte ze wel). Plotseling schoot haar enorme kop omhoog en ze liet de buitenkant van haar tanden langs mijn rechter wang schampen. De boodschap was duidelijk: zet neer dat jong, dat is mijn kind. Ik gehoorzaamde. Zag ik Michelle nou glimlachen of niet? Michelle wat moeten wij je straks betalen? Daar praten we later nog wel over, en hup naar een ander onderwerp. Twee weken later, zelfde vraag, zelfde antwoord. Maar deze keer werden we ook even in het woonhuis genodigd (Ma met jongen lag in een kleine stal met veel schoon hooi op de grond). Michelle en Jean-Claude leefde eenvoudiger dan de meeste Nederlanders een eeuw terug. Op het flatscreen en de DVD lezer na dan. 

En toen gingen we ons puppie halen. Ondertussen had het beestje ook een naam gekregen. Hij werd Sint genoemd. Ik wist nog niet wat Sint ging kosten dus ik had een stapeltje honderdjes dubbel gevouwen in mijn borstzakje gedaan. Ma was ondertussen in het geheel niet meer geïnteresseerd in haar jongen. Ze waren nu zes weken, het was mooi geweest. Ik pakte Sint zelf op en dat mocht dus. Zelfs Michelle was niet meer zo geïnteresseerd. Wat krijg je Michelle? Ik zag haar al haar moed bij elkaar pakken en met een wat hogere stem dan normaal kwam eruit. Trois cent. In mijn linkerhand Sint, met mijn rechterhand drie briefjes pakken, het lukte. Michelle stak het achteloos in haar zak. Maar wij hadden ondertussen geïnformeerd en wij wisten beter. Dit was de aller eerste keer dat ze geld voor een pup kregen. Een paar honderd schapen houden voor het vlees, op een gepachte boerderij, dat is bepaald geen vetpot. Zomaar driehonderd euro extra dat was geweldig veel geld. 

Het zetten Michelle aan het denken. Van het volgende nest bleven alle puppies in leven. Michelle had uitgerekend dat dat een erg leuke aanvulling op het inkomen kon zijn, en nog zwart ook. De (half?) broertjes en zusjes van Sint werden een half jaar later aan Jan en alleman aangeboden voor driehonderd euro per stuk. Michelle verkocht er niet één. Toen wat later bij Janine een wijkverpleegster kwam, die achteloos langs Sint liep, zei die: ook van Michelle? Ik heb er ook eentje, ja Michelle is een lief mens en ze moest er echt vanaf, dus ik heb er ook maar eentje genomen, hij vreet wel veel.

Toen hadden wij dus een oude Terre Neuve, een zes weken jonge Patou en een enkele maanden oude kruising van een kruising. Drie mannetjes. Hoe gedrild honden ook zijn, hoe goed de stamboom, hoe prettig de genen, het blijft een hond. In die enorme kop van Hannes kwam een oude natuurwet bovendrijven. Als ik te oud wordt en jongere honden worden mij, qua kracht de baas, dan moet ik maken dat ik weg kom. En dat deed Hannes dus na ongeveer een half jaar. Die twee jonge mannetjes waren hem te druk en hij had geen zin ze op te voeden en helemaal geen zin om met ze te vechten. Toen belde Louis op. Kan het zijn dat jullie hond op onze stoep ligt. Ja dat kan, ik kom er aan. Dat heeft zich nog twee keer herhaald. Nog geluk dat Hannes telkens naar Louis ging, die dit soort zaken wel begrijpt en even belt. Ik weet niet zeker of Hannes ook deze strijd opgaf of dat ik de drie honden de rangorde duidelijk had gemaakt. Eerst Boudewijn en Janine, dan eventuele gasten, dan Hannes, dan Sint en dan Piet en niet anders. Hannes was duidelijk aan het aftakelen en nog 45 kg, Sint was een puber van 30 á 40 kg en Piet was bijna volgroeid en 20 kg. 

Het was duidelijk dat Hannes leven ten einde liep. 11,5 jaar is voor zo'n hond al heel oud. Hij kwam steeds moeizamer overeind en op het laatst moest ik hem daarbij helpen. Hij kreeg enorme doorligplekken en dat rook niet echt fris. Janine sloeg aan het bellen naar dierenartsen, wie was er bereidt onze berg op te komen en het dier te verlossen uit zijn lijden? Niemand. Het spijt me daar heb ik geen tijd voor was nog het vriendelijkste antwoord. Uiteindelijk een Vlaming gevonden, die bereidt was tachtig km heen en tachtig km terug te rijden om Hannes in te laten slapen. Toen wij wisten dat de arts onderweg was heb ik Sint en Piet naar binnen geroepen. Hannes lag lekker warm voor de houtkachel. Sint en Piet liepen regelrecht op Hannes af, bogen hun koppen naar beneden, gaven Hannes een neusje (dat had ik ze nog nooit zien doen) en namen op die manier afscheid. Prachtig toch? Overigens zijn Sint en Piet minstens twee weken niet op dat plekje voor de kachel geweest, ze liepen er met een boog omheen. Terwijl de arts bezig was heb ik Hannes een heel pakje met tanden-kouw-stokjes opgevoerd. Z'n onderkaak bleef liggen, z'n bovenkaak vermaalde het lekkers, ik kreeg een vette knipoog. Samen met David heb ik Sint begraven.

En toen viel er dus een gat in de roedel, want Hannes had de jongere honden toch wel een beetje in toom gehouden, ook al hadden wij dat niet zo door. Piet was Sint geestelijk nog best wat voor en nam dus de leiding, maar het waren net twee broertjes die kattekwaad gingen uithalen.  Sinds wij in Frankrijk wonen zijn onze honden, allemaal, s'nachts in ons huis geweest en overdag waar ze maar willen, dus binnen of buiten. Sint was nog een echte pup en Piet nam hem mee uit wandelen. Op een dag kwam Piet alleen terug. Paniek in de tent. Janine zei: Piet breng mij bij Sint. Waar is Sint? En Piet liep Janine vooruit over de wei, het bos in, meer omhoog, en daar vindt Janine een heel bang hondje. Sint liep letterlijk op Janine's hielen mee terug naar huis. 

Een andere keer, fors wat maanden later, waren Piet en Sint weer aan de wandel, maar ze waren niet voor donker thuis. (Dat moest ik vroeger ook altijd: voor donker binnen zijn.) Het duurde en duurde, de Blanquette was op, het voorgerecht gedaan en daag verschenen op het terras twee hondjes. Toen ik de deur opende schoten ze allebei naar binnen. Piet schoot verder onder de tafel en trilde van de zenuwen. Sint ging in een hoek liggen, achter mijn stoel. Beide honden ademde alsof ze kilometers gerend hadden. En dat hadden ze waarschijnlijk ook. Omdat ze beide in dekking gingen, de één onder tafel, de ander achter mij, verwachte ik een jager of buurman met een slecht humeur. En ik had al een slecht humeur na twee uur wachten op die twee. Dus mopperde ik wat op ze en we begonnen aan het hoofdgerecht. De honden bleven gierend ademhalen en kwamen niet tot rust. Ik ging bij Sint op de grond zitten, probeerde hem tot rust te krijgen en ontdekte dat zijn oor stuk was en een flinke scheur vertoonde. Zo zijn jullie een hond tegen gekomen die sterker was? Wij lopen zelf niet zo snel naar een arts en doen dat ook met onze dieren niet. Hup, wat Betadine erop en doorleven. Sint was de volgende dag nogal timide, als het een mens was geweest had ik depressief gezegd. De daarop volgende dag bloede het oor nog. Dus besloot ik met een vriend naar diezelfde dierenarts te rijden. De wachtkamer was redelijk vol, maar wij paste er met onze pup van 30 kg nog bij. Onze dierenarts kwam de wachtruimte in, had voor ieder een vriendelijk woord en tilde Sint's bek op en keek hem, dacht ik, diep in de ogen. Tot mijn verbazing nam hij geen patiënt mee. Even later verscheen hij weer en zei tegen niemand in het bijzonder: ik heb even met mijn collega Jean overlegt (het zijn twee artsen in hetzelfde gebouw en met één receptioniste) en hij neemt mijn patiënten over. Swarofski dacht ik, dan moet alles toch in het Frans. En daarna tegen mij: komt u maar mee. Samen zetten we Sint op de behandel tafel en ik begin over dat oor. Zegt hij: dat komt later wel, eerst even dit. Moet u kijken. De arts pakte een roestvrijstalen, flexibel, staafje 2 á 3 mm breed, ik denk nog geen halve mm dik en ongeveer 25 cm lang. Hij schuift het, boven een oog van Sint, zo minstens 10 cm naar binnen. Deze jongen is een heel groot everzwijn tegen gekomen en heeft heel veel geluk gehad. Zou u terug willen gaan naar de wachtruimte, want ik doe dit soort operaties het liefst alleen. Vrij vertaalt, hij had liever een betrouwbaardere assistent. 90 minuten later was Sint klaar om vervoerd te worden, alhoewel die 30 kilo in de auto krijgen was een heel karwei.    

Weer later, kregen wij berichten van een bevriende jager, dat buurman Gerard niet zo blij was met Sint en Piet die zijn schapen de rivier injoegen. Iets later belde dezelfde jager dat buurman Rinaldo (een verhaal opzich), "en colère" was om net zo'n reden. Het was duidelijk dat Piet de aanstichter was, maar wij gingen er vanuit dat Piet het alleen niet zou doen, schaapjes plagen. Dus ging de ene dag Piet vast en de andere Sint. Als Sint vrij was, dan bleef hij redelijk dicht bij huis, verder dan een wandeling naar zijn vriendinnetje, Jena, kwam hij niet. Maar als Piet los was, dan was het hommeles. De schaaphouders lieten, altijd via via, van zich horen. Ik was in die tijd veel in Nederland om nog veel grotere problemen op te lossen. Toen ik weer even terug was, ging ik gewoon op de oude voet verder. Zetten de twee etensbakken naast elkaar, riep Sint, haalde Piet uit z'n hok, liet ze allebei bij hun bak zitten en zei: vrij, eten. De twee honden bedachten zich geen moment en vielen elkaar aan. Met een oude eikenhouten tafelpoot van 15 bij 4 cm en bijna een meter lang heb ik ze om en om op de kop geslagen totdat ze ophielden. Ik was toen emotioneel gesloopt. Één hond vast en één hond los, ook al was het om en om was geen goed idee. Eigenlijk is een hond in een hok, opzich al geen goed idee. 

Ik weer terug naar Nederland en Janine hier in Frankrijk met die twee honden. Piet werd niet makkelijker en moest s'nachts in een hok en mocht overdag in een goed afgesloten weide. Sint bleef in het huis als Janine Piet verplaatste. Op een ochtend gaf Piet een onverwachte ruk aan de lijn. Janine brak haar enkel op minstens 30 meter van het huis en nog meer van een telefoon. Eerst heeft ze Piet toch in z'n weide gezet, toen is ze naar huis gestrompeld. Ze belde David: heb jij nog Arnika in huis? David was er in record tijd en vond dat Janine maar wel naar de dokter moest. Zij niet. De dokter vond het beter dat ze maar even door ging naar de clinique. Daar hebben ze er mooi stuk gips omheen gemaakt. Nou heb ieder nadeel z'n voordeel, dit nadeel ook. Janine heeft zich zes weken in een rolstoel verplaatst, waarna wij enkele extra hellingbanen aangelegd hebben. Nu zij onze voorzieningen voor mensen met een handicap nog kompleter. Daarnaast was het Patricia duidelijk dat het zo niet verder ging, ze heeft Piet terug genomen. De enkel is goed genezen. Piet is bij iemand anders terecht gekomen, die alleen Piet had, na zes maanden weer terug naar Patricia, weer wat later ingeslapen. Echt jammer.

Sint komt uit een familie van echte werkhonden, die altijd buiten waren, iedere opdracht uitvoerden, maar iedere gast als een indringer zagen. Patous hebben kaken als bankschroeven en vallen alles aan. Ook wolven en bruine beren, om maar wat te noemen. In het verleden sliepen ze altijd midden in een kudde en dus meestal buiten. Kindertjes werden buiten gemaakt, buiten geworpen, buiten gezoogd en buiten opgevoed. Het waren (zijn) geharde honden. Sint moet het bij ons heel anders doen, hij slaapt in ons huis, hij mag naar binnen als hij wil. Hij krijgt hele andere opdrachten en hij moet sommige gasten gehoorzamen en andere uitkafferen. Ga er maar aanstaan als hond. In feite zijn Patous tamelijk asociale dieren en Sint moest juist gesocialiseerd worden. Het is 90% het werk van Janine, die is erg goed in opvoeden. Ze is met mij begonnen, toen kwamen er twee dochters, toen Hannes, toen zeven kleinzonen en nu dus Sint. Het is gelukt, Sint is een heel sociaal en gehoorzaam dier geworden.

De problemen in Nederland zijn reeds lang afgehandeld, ik woon definitief en permanent bij Janine op Domaine el Faig. Sint is vijf jaar en 57 kilo, gaat iedere ochtend naar zijn vriendinnetje Jena, of Jena komt bij hem. De wereld is vredig. Als wij samen gaan wandelen, of als ik met m'n ezels ga wandelen fluit ik. Dan komt Jena als een bliksemschicht over de wei aanrennen en gaan er dus twee honden mee uit wandelen. Maar ook Jena en Sint zijn twee vriendjes die samen kattekwaad uit halen.

Louis heeft een oude jager toestemming gegeven om op zijn land, maar wel zover als mogelijk van z'n eigen huis, een kennel te bouwen voor zijn jachthonden. De jager woont en schiet in een plaatsje vijftien km verderop. Daar hadden zijn buren hem duidelijk gemaakt: de honden weg of jij met de honden weg. Dus ergens langs de weg tussen David en Louis, dichterbij Louis, staat nu een lelijk gebouwtje met vier hokken, met daaraan vier uitlopen. In totaal zitten daar zestien scharminkels in, die dus als jachthond door het leven gaan. Ik heb de hokken nog nooit leeg gezien, ik heb acht hondjes één keer buiten gezien. Maar dat was bepaald niet de bedoeling. Wie of wat er ook bij de kennel langs komt, wandelaars, ruiters, auto's, hertjes, everzwijnen, maakt niet uit, de hondjes beginnen aan een concert wat daarna nog minstens een kwartier aanhoudt. Natuurlijk springen ze ook tegen de hekken op. Als ik mijn grote wandeling maak, acht km, moet ik langs David, langs deze kennel, langs Louis. 

Toen de kennel er net stond, kwam ik er met Hannes langs, Jena ging toen nog niet met mij mee wandelen. De hondjes begonnen aan hun ritueel, sprongen tegen de hekken op, en toen schoot er een hek open. Hannes was dus al een oude hond, hij had plotseling maar liefst acht tegenstanders. Die tegenstanders roken dat Hannes bang was en vielen aan. Er stond een stevige knuppel, in feite een redelijk rechte tak, tegen het hek. Misschien door de jager zelf achter gelaten, misschien door een eerdere wandelaar. Ik ben niet zo goed in sport, maar ik heb voor slagman (honkbal) staan oefenen. De hondjes vlogen, piepend en al, alle kanten op. Toen ik later bij Louis mijn beklag deed was zijn vraag: zijn er gewonden gevallen? Neen dat niet. Nou dan was het niet zo erg. Daarna heb ik de hondjes nooit meer buiten gezien. Goed het kattekwaad van Jena en Sint. Als de twee een verzetje willen gaan ze samen naar die kennel. Eerst horen wij dan de hondjes, dan het diepe geblaf van Sint die ze daarmee letterlijk de hekken injaagt en dan de hoge juich kreten van Jena: Leuk! Leuk! 

Wij zouden die kennel wel kwijt willen en dan ga je dus bij de buren lobbyen. David: Je zoekt het maar uit, wij wonen hier iligaal en worden dus alleen maar getolereerd, wij doen niet mee. Marie: Je hebt gelijk het is zielig, het is een rot herrie, bij bepaalde winden komt de stank zo mijn woonkeuken in. Maar k heb er tien jaar over gedaan om een goed contact te krijgen met die twee, ik doe niet mee. Toen kwamen we op een markt, in de hoofdplaats van ons dal, een standje van de dierenbescherming tegen. Wij doen ons verhaal. Maar daar zijn wij niet voor, dan moet je naar de burgemeester gaan of naar de Gendarmerie. Dat gaat beide niet, dat is sociale zelfmoord. Wij zijn er niet voor, zoek het maar uit. Waar zijn jullie dan voor? Wij zamelen hier geld in voor zielige dieren, dat doen we. En dan? Geen antwoord meer. Dat gaf ook weer te denken.

Een stel van onze gasten ging "mijn" lange wandeling maken. Ze waren gewaarschuwd voor de kennel, dus dat was geen probleem. Ze krijgen ook altijd als geestelijke ondersteuning mee: Wat er ook gebeurt je bent nooit verantwoordelijk voor Sint of Jena. Raak je de honden kwijt, ook geen probleem ze komen altijd weer terug. Het stel kwam in de buurt van het huis van Louis. Ik wist al een tijdje dat er bij Louis een nieuw zwart hondje was dat direkt de leiding van de roedel had ingepikt. Via de jager hoorde wij allerlei amusante verhalen. Neen, het was beslist Piet niet, maar qua aard leek hij er wel op. Het stel, Sint en Jena arriveerde bij het huis van Louis. Jena heeft een neus voor narigheid en bleef dicht bij het stel. Sint liep vrolijk het grasveld voor het huis op en werd plotsklaps aangevallen door vijf mormels. De aanvoerder was dat zwarte beestje. Onze gasten: Sint bleef ijzig staan, hapte onverwacht toe, had het mormel in z'n nek, schudde met z'n grote kop en smeet het hondje meters ver weg. De vijf mormels verdwenen, maar Louis verscheen met een hooivork. Sint stak z'n staart omhoog en vervolgde, eigenlijk zonder veel haast, de wandeling. Ik vond het een prachtverhaal, maar maakte mij wel een beetje zorgen over onze relatie met Louis.

Wij hoorde maar niets en dat was vreemd. Ook via via kwam er geen enkel bericht. Toen kwamen de verhalen los, van vele kanten tegelijk. De roedel was met het zwarte hondje voorop bij de schapen van Willy geweest. Willy is de zoon van Gerard en Willy (uitspraak WWillie) gebruikt drugs. Gerard had ooit in een slimme bui al zijn bezit op naam van Willy gezet. Willy had vader Gerard uiteindelijk van z'n eigen land gegooid. Willy had wat gedronken, Willy had wat gebruikt, en Willy zag dat zwarte hondje bij zijn schapen. Boem, hondje dood. Alleen had weer iemand dat gezien. Aangifte, Gendarmerie erbij, proces verbaal, afwachten. Toen was er een gezamenlijke maaltijd. Ooggetuigen: Na enig voorspel stonden Louis en Willy als echte kemphanen neus aan neus. Louis is twee keer zo oud als Willy, dus Françoise zag dat niet zo zitten en wurmde zich ertussen. Dat zag Willy, op zijn beurt, weer niet zo zitten. Willy pakte Françoise letterlijk bij nek en kont, zwaaide haar even heen en weer en gooide haar midden op een tafel. De tafel zakte in, de borden, het bestek en het eten vlogen alle kanten op. Gendarmerie erbij, ooggetuigen genoeg, proces verbaal, aangifte. Françoise had een vinger gebroken. Toen ik deze verhalen kende wist ik waarom Louis niets van zich had laten horen, ons verhaal was te simpel. Toen wij vele maanden na die maaltijd Françoise tegen kwamen had ze haar arm in een mitella. Wat is er gebeurd Françoise? We zijn net bij de rechtbank geweest, je weet wel voor Willy.  

Bruna, een andere buurvrouw, weer wat verderop, had naast minstens een dozijn katten in haar stacaravan drie honden. Eén daarvan, Leah, een vrouwelijke Husky, was (is) zeer dominant. Vroeger, toen er nog een man bij Bruna huisde, werd Leah goed onder appel gehouden. Van de andere twee honden merkte wij niets. Leah, inmiddels minstens dertien, nam regelmatig de poten. Tegen mensen en grote mannetjes honden was ze aardig en onderdanig. Tegen vrouwtjes honden van welk formaat dan ook was ze een feeks. Uiteindelijk moest David telkens Jena ontzetten en Leah naar haar bazin brengen. Bruna verdomde eenvoudig alles. Ze waarschuwde niet als Leah ontsnapt was, geen bel tegoed. Ze legde Leah niet vast, zo zielig voor het beest. Ze haalde Leah niet op als David belde, geen geld voor benzine. Wij leenden haar een elektronisch hek, dat wij in een onbewaakt ogenblik gekocht hadden, maar nooit gebruikt. Ook daar maakte ze geen gebruik van. David is de goedheid zelve, maar kreeg er goed genoeg van. Het, het is een zielig mens, we moeten haar blijven helpen. Veranderde in [ geschrapt ]. En toen was David niet thuis, en Leah kwam langs. 

David vond Jena s'avonds onder de caravan met een opengehaalde keel. Toen knapte er iets bij David. Jena heeft het gered. David heeft de halve wereld afgebeld om Leah ergens onder te brengen. Waarschijnlijk was z'n verhaal veel te eerlijk, hij raakte haar niet kwijt. Leah heeft nu een groot hok, bij de caravans van David en ook een lange maar stevige ketting. Jena houdt uit zich zelf voldoende afstand. Leah wordt twee keer per dag aan de lijn uitgelaten. Grappig genoeg gaat Jena dan vrolijk mee en dat geeft geen problemen. En toen gebeurde er het onmogelijke. Leah was loops en brak los. Jena werd opgesloten en David belde de buurt rond. Als je Leah ziet, alsjeblieft binnen halen, mij bellen en persé vasthouden. Die avond en die nacht kwam Sint niet thuis. Wij sliepen evenmin als Christine en David. De volgende dag kwam Sint thuis alsof er helemaal niets aan de hand was. Wij waren allang blij. Leah bleef bijna een week weg en ik zei nog tegen David, misschien is dat probleem nu ook opgelost. Verkeerde opmerking. Goed, de rust keerde terug en we hoorde er niets meer van.   

Het begon bij mij weer te kriebelen, ik wilde een tweede hond. Ik kwam met allerlei "argumenten": we moeten eigenlijk altijd een volwassen hond hebben, dus als we nu een pup nemen dan is die echt volwassen als Sint oud is. Een nestje zou ook heel leuk zijn, ach kom nou, één nestje in mijn leven met toch mogen. Stel je voor een zwarte Terre Neuve vrouwtje met Sint, dat moeten prachtige jongen worden. Sint blijft bij jouw op Domaine el Faig, ik neem die andere mee als ik met de camper weg ga. Bla, bla, enzovoort. Natuurlijk zwichtte Janine. Oké, maar echt maar één nest en dan een ritssluiting erin. Afgesproken. Ik dacht dat het voordeel van de crises zou zijn dat ik zo aan dat vrouwtje zou komen. Niet dus. Geen pup te krijgen, zeker geen vrouwtje. En toen zag Janine zelf een advertentie bij de Game Vert. Zes weken oud, drie reutjes, één vrouwtje, Patous, €300,-. Een kilometertje of zestig verderop. Wij erheen.

Voor het ruïne achtige optreksel waar de man in leefde lag een, dacht ik, stokoude, totaal afgetakelde Patou, die niet eens overeind kwam. Later vertelde de eigenaar dat het de vader van de pups was en dat het dier zes jaar oud was. Ik twijfelde, toen ik dat dier zag, of ik wel naar binnen wilde. Janine niet, besluit genomen, besluit uitvoeren. Binnen het hek liep de moederhond, net zo onverzorgd als de vader, maar met bijna over de grond slepende tepels, om het onderscheidt duidelijk te maken. Er huppelde nog twee jongen rond, twee reutjes. De man was duidelijk blij dat we er waren en drukte mij één van de twee puppies in de hand. Of we wat wilde drinken? Neen dank u, we hebben net wat op. Ik rilde bij de gedachten. De pup in mijn handen had minstens tien teken alleen op z'n neus. Ik wees de man er op. Hij wreef met z'n vinger over een teek, die afbrak. Kopje dus in de snuit, lijfje werd met de duim een heel eind weggeschoten. Hebben ze injekties gehad? Jazeker, natuurlijk, ik geef u het doosje mee, dan weet de apotheker wel wat er verder in moet. Oh. Besluit genomen, besluit uitvoeren. We namen het andere beestje mee, dat had op het oog minder teken. 

Onderweg naar huis besloten we dat het beestje als Klaas door het leven zou gaan. Thuisgekomen zijn we samen uren bezig geweest om dertig teken op de juiste manier te verwijderen. Daarna ben ik die dag nog twee keer met Klaas onder de douche geweest. Nou ja eigenlijk ging Klaas in een grote rechthoekige emmer en regelmatig kopje onder, en ik onder de douche. Het aantal vlooien dat door het putje ging was echt niet te tellen. De volgende dag weer twee keer en de daarop volgende weken met enige regelmaat. Klaas werd in een record tempo van een scharminkel een heel mooi en leuk hondje. Sint vond dat indringertje maar niets. Volgens hem ging alle aandacht naar dat mormel, ook al deden wij nog zo onze best om juist Sint veel aandacht te geven. Gezien het huis waar Klaas vandaan kwam hielde wij ons hart vast hoe het socialiseren van dit hondje zou verlopen. Tot nu toe echt fantastisch. Geen problemen.

Wij melden David dat Klaas was "ontstaan" zodat zijn dochtertje het hondje kon komen knuffelen. Jaella en David verschenen de eerst volgende zaterdag. Jaella vond het een enig hondje maar niet leuker dan haar eigen hondjes. Ik vraag David, welke hondjes? Hij kijkt mij een beetje schaapachtig aan; Hebben wij jullie niet verteld dat Sint vader is geworden? Ze zijn nu drie weken oud, twee mannetjes die op Sint lijken en een vrouwtje dat vast net zo als Leah wordt. Ooooh. Dat vrouwtje daar ga ik een thuis voor zoeken een heel eind weg, nog zo'n hond hier in de buurt, dat kan ik niet aan. De twee mannetjes worden gecastreerd en gaan mijn bedrijfsterrein bewaken. 

Nou, het vrouwtje is ondertussen bij een vriendinnetje van Jaella terecht gekomen en als ik nu fluit komt niet alleen Jena over de wei aangevlogen, ook twee witte bolletjes wol durven steeds verder bij moeder vandaan te gaan. Midden in de wei ontmoeten dan alle honden elkaar. De twee pups gaan meteen voor Sint en Klaas op hun rug liggen om te vertellen: Jullie zijn de baas. 
Neen, mee uit wandelen dat doen ze nog niet.

Sint is dus een goede loebas die het direkt goed kan vinden met onze vrienden en onze gasten, vooral met de kinderen. Maar niet met iedereen die langs komt. Voor dat wij Domaine el Faig kochten stonden op onze weide de paarden van Jean-Michel. Hij wordt de grootste grondbezitter van de Vallespir genoemd, maar bezat tot voor kort geen vierkante meter. Maar wel twaalf paarden. Soms staan ze op dit land, dan weer op dat. Als ze bij buuman Rinaldo staan, dan willen ze wel eens uitbreken. Ze herinneren zich dan de rust en het groene gras van el Faig, dus daar gaan ze heen. Ik vind twaalf knollen in de wei geen probleem, Janine vindt het eng, ook om dat ze soms bij de keukendeur staan. Dus Jean-Michel gebeld, die zou direkt komen. Ik schat dat hij drie uur later gekomen is en zonder iets te zeggen met de paarden is weggelopen. Midden op de wei stond zijn auto. Toen hij, weer twee uur later, z'n auto kwam halen, dacht Sint: Jazeker eerst die paarden jatten en nu de auto? Niets ervan. Even in de bil knijpen. Als Jean-Michel nu weer komt, gaat het autoraampje pas naar beneden als ik naast de auto sta. Zo bang is de man van Sint. Overigens weet de hele streek dat Jean-Michel wel van paarden, maar niet van honden houdt en tegen andermans honden niet aardig doet. Hij heeft de "kneep" dus waarschijnlijk aan zichzelf te danken. Wat heel fijn is, Jean-Michel kletst met de hele wereld en dus weet iedereen dat die hond van die "Hollandais" niet voor de poes is. En dat geeft een extra veilig gevoel.    

Zowel Sint als Klaas slapen in ons huis en zijn ook overdag soms binnen. Beide weten ons heel goed duidelijk te maken als ze naar buiten willen, maar mogen er voor achten er niet uit. Als Sint naar binnen wil staat hij voor de deur te piepen, als Klaas er in wil krabbelt hij aan een deur. Als Klaas na Sint binnenkomt, dan gromt Sint en moeten wij hem tot de orde roepen. Meestal doet Klaas dan heel onderdanig, maar soms grauwt hij terug. Dan ben ik wel eens bang voor de glazen vitrinekast die midden in de kamer staat. Sint en Piet hebben de glazen deur al eens samen gesloopt. Buiten zijn het in principe twee broertjes, die samen spelen, samen ruziën, samen naar Jena gaan en samen de jachthondjes in de kennel gaan plagen. Binnen hebben ze ieder hun eigen veilige plekje. Sint onder de trap naar de mezzanine, Klaas achter een zware stoel. Enerzijds moeten ze naar hun "plaats" als één van ons beiden boos is of vindt streng te moeten zijn. Anderzijds krijgen ze niet op hun donder als ze op hun eigen "plaats" liggen. Klaas blijft angstvallend bij het plekje van Sint vandaan. Sint echter gaat wel eens op Klaas z'n plek liggen om te laten zien dat hij de baas is. Dan krijgt hij ongenadig op z'n falie, ieder levend wezen moet een eigen veilige plek hebben, dus Klaas ook.

In november was Klaas ongeveer zeven maanden, al onze gasten waren weer naar Nederland, ook de laatste ploeg werkers was weer weg. Wij gingen met de camper trekken, onze geliefde manier van vakantie vieren en tot rust komen, en namen Klaas met ons mee. Onze huisoppassers, echte wandelaars, vinden het prettig als Sint bij hen blijft. Dat is nog leuker wandelen en ze voelen zich met Sint bij het huis ook veiliger. Ook wij voelen ons veiliger met Klaas mee en we laten de camper met een geruster hart achter als we in een restaurantje gaan eten, of samen een wandeling maken. Die twee enorme honden in de camper zou sowieso niet gaan. Aan het einde van de reis waren wij beiden wel wat ongerust. Zou Sint, Klaas opnieuw accepteren? En als dat deze keer lukte, hoe zou dat in de toekomst gaan? En die vraag speelt nog steeds en zal wel blijven spelen. De eerste keer ging alles perfekt. Klaas in de camper gelaten, Sint opgehaald, Sint geknuffeld, Klaas los gelaten, Sint vermanend toegesproken toen die wat bromde, ze allebei aangehaald. Klaas pakt Sint, dat doet hij graag, bij een oor. Alles in orde. 

Op een keer keken Janine en ik door het vitrage achtige gordijn, dat voor de keukendeur hangt. Sint bromde naar Klaas, dat hadden we als de twee buiten waren nog nooit gemerkt. Klaas gromde zachtjes terug en gedroeg zich uitdagend. Wij hielden ons stil. Nog wat gebrom en gegrom en om elkaar heen lopen. Wij hielden ons stil. En toen ging Klaas op z'n zij liggen. Sint was niet tevreden en bromde door. Klaas draaide door naar z'n rug, Sint gaf hem een lik en alles was in orde. Sint liep met z'n staart zo hoog mogelijk weg, Klaas ging hem vrolijk achterna, maar naar ons gevoel was zijn staart, uitdagend, iets hoger dan gisteren.            
   
Oh, wat ik nog kwijt wilde, één buurman, Carsten, is de enige die ik in de buurt ken die die geen hond heeft, niet één. Maar hij is de enige met een duidelijk bord: Wacht u voor de hond !   

Nu is het zo dat, ook in Frankrijk, honden niet los mogen lopen of ze moeten op eigen terrein blijven. Weer een hele andere buurman legde mij uit: Kijk Boudewijn, ten eerste is het hier Catalunya en dus bepaald niet Parijs. Ten tweede heb je de Franse wet, daar hebben wij als Catalanen helemaal niets mee te maken. Ten derde is die wet natuurlijk niet voor de campagne gemaakt, maar voor de steden. Ten vierde heb je aan de ene kant de wet, aan de andere kant de Fransman zelf, dat heeft eigenlijk niets met elkaar uit te staan. Dus Boudewijn, wij doen gewoon wat we denken dat goed is en de honden lopen los. Duidelijk? JA! Dus Sint en Klaas lopen los, Jena loopt los, de honden van Marie en Louis lopen los. Alleen Leah heeft het voor zich zelf verpest en zit vast. 
 
P.s. Dit verhaal is ongeveer 4 jaar geleden geschreven.

Weergaven: 787

Berichten in deze discussie

BB lang verhaal nu ff geen tijd vanavond lezen lijkt me heel erg leuk

Wat een geweldig verhaal!

Wij hebben na een paar nare ervaringen met een NL asiel, alleen nog honden van pup af aan in huis en dat zijn / waren allemaal collies eerst schotse daarna borders. Bezig, bazig, bezitterig t.o.v. hun baas, dat wel Maar geweldige beesten.

De teef die er nu nog is, is ruim 15 geweest en zo doof als een kwartel. Maar nog steeds bazig bezig en bezitterig en heel erg lieg voor ons, niet voor  andere honden sinds het reutje overleden is.

Vanochtend rond elf uur hebben wij Sint in laten slapen.
Hij is ruim tien jaar geworden en heeft een fijn leven gehad.


Boudewijn

Hallo Boudewijn.

Wat een prachtig verhaal en och echt een leven voor een hond zoals het hoort te zijn.

Ik heb werkelijk genoten van het verhaal.

Wij hebben zelf een kaukaas,ook een kudde bewaker met zo n sterk karakter. Gelukkig komt ze nog steeds erg goed overeen met onze  twee andere honden.en vind ze het heerlijk om over de dieren te waken.

Onze oude herder heeft in het begin de opvoeding voor zijn rekening genomen en dit heeft hij geweldig gedaan.  

We hebben haar opgevangen nadat ze erg verwaarloosd was door de oude eigenaar. Ze is vier maanden ziek geweest, maar gelukkig is het goed gekomen.

Hartelijke groeten

Laurenca

Bijlagen:

RSS

GA DIRECT NAAR:

ENTREPRISE | SPONSORS

Gebeurtenissen

© 2022   Gemaakt door: Anton Noë, beheerder en gastheer.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Privacybeleid  |  Algemene voorwaarden