Nederlanders in het buitenland vinden elkaar via www.nedergids.nl

www.nederlanders.fr

Hét netwerk van, voor en door Nederlandstaligen in Frankrijk

NEDERLANDS ONDERAAN

Que dire de plus sur Notre-Drame? Cette stupeur qui nous saisit en ce beau lundi soir, ce besoin d’être ensemble face à ces flammes qui réduisent en cendres le plus inébranlable de nos monuments, ce sentiment amer d’un trou brulé au cœur, d’une irrémédiable perte d’innocence; puis l’espoir qui renait que tout ne soit pas perdu, l’espèce de soulagement en se rendant compte qu’il ne s’agirait ‘que’ du toit et de la flèche, que la plupart des vitraux ne se sont pas effondrés ; enfin, la gueule de bois, le moment du bilan – la ‘forêt’ (la charpente) est irremplaçable et toutes ces tonnes de plomb qui couvraient le bâtiment ont dû y faire d’énorme dégâts en s’y déversant… Les détails se font plus clairs de jour en jour : le temps trop long qu’il a fallu pour que le feu qui couvait soit détecté, la pertinence de l’action des pompiers qui surent déterminer ‘la part du feu’ pour sauver l’essentiel, l’argent qui afflue, l’effet coup-de-fouet que cet incendie donnera certainement à un secteur malmené par les coupes budgétaire : celui de la conservation et de la restauration des trésors du passé, et ce dans un pays si plein de son Histoire. Tout est dit, semble-t-il. Et pourtant, j’ai deux choses à rappeler. Tout d’abord que Notre-Dame a déjà une fois été sauvée, par des mots sur du papier. L’auteur en était Victor Hugo, encore jeune, déjà célèbre, et qui s’est ému de son état déplorable : dans les années 1830, la cathédrale était promise à la démolition, et cela le révoltait. Il transforma son indignation en un roman maintenant mondialement célèbre: ‘Notre-Dame de Paris’. La belle gitane Esméralda et ses trois prétendants – Frollo le prêtre, Phœbus le capitaine des gens d’armes et Quasimodo le monstre au cœur pur – ont attiré tous les regards sur ce joyau en perdition, et provoqué sa rénovation sous la direction du plus grand architecte du moment : Viollet-le-Duc. C’est lui qui ‘inventa’ la fameuse flèche, c’est lui qui peupla les toitures des fameuses gargouilles. Alors, oui, Notre-Dame renaîtra de ses cendres. Ma deuxième remarque est plus cinglante et pose la question de cette autre cathédrale qui brûle sous nos pieds: la terre de nos enfants. Serons-nous capables d’un même élan pour l’héritage le plus précieux qui soit?

NL/ Is er nog iets te zeggen over Notre-Drame? De verbijstering die zich subiet van je meester maakt op die mooie maandagavond, dit behoefte om samen te zijn aan het zicht van die vlammen die de meest fundamenteel van onze monumenten in de as leggen, dit bittere gevoel van een gat gebrand in je hart, een onherstelbaar verlies van onschuld; dan de hoop dat niet alles verloren is, het soort opluchting in het besef dat het ‘alleen maar het dak en de derde toren' zouden zijn, dat de meeste gebrandschilderde ramen niet zijn ingestort; tot slot, de kater, het moment van de evaluatie – ‘la forêt’ (de dakconstructie) is voor altijd verwoest en al die tonnen lood die het gebouw bedekten moeten enorme schade hebben aangericht toen ze gingen smelten... De details druppelen elke dag binnen: de te lange tijd die nodig was om het smeulende vuur op te sporen, de relevantie van de actie van de brandweerlieden die wisten ‘la part du feu’ te bepalen om het essentiële te kunnen redden, het geld dat binnenstroomt, het stimulerend effect dat deze brand zeker zal hebben op een sector die door de bezuinigingen zwaar getroffen is: het behoud en de restauratie van de schatten van ons verleden, en dit in een land dat zo trots is op zijn geschiedenis. Het lijkt alsof alles al gezegd is. En toch wil ik twee dingen onderstrepen. Ten eerste, dat Notre-Dame al een keer gered is, door woorden op papier. De auteur was Victor Hugo, nog jong maar al beroemd en ontroerd door haar betreurenswaardige toestand: in de jaren 1830 was de kathedraal verdoemd, en zou worden gesloopt, en dit maakte hem woedend. Hij transformeerde zijn verontwaardiging in een inmiddels wereldberoemde roman ‘Notre-Dame de Paris’. De mooie zigeunerin Esmeralda en haar drie vrijers - Frollo de priester, Phoebus de kapitein van de ‘gens d’armes’ en Quasimodo het monster met een zuiver hart - hebben een enorme aandacht naar die verloren Parijse parel weten te vestigen, wat resulteerde in een grondige renovatie onder leiding van de grootste architect van het moment: Viollet-le-Duc. Hij was het die de beroemde ‘flêche’ opbouwde en de daken met de beroemde ‘gargouilles’ bevolkte. Jazeker, Notre-Dame zal herrijzen uit haar assen. Mijn tweede opmerking is brutaler en vraagt aandacht voor een andere kathedraal die onder onze voeten aan het branden is, de aarde van onze kinderen. Zullen wij eenzelfde ‘élan’ weten te creëren voor de meeste waardevolle van alle erfgoederen?

Weergaven: 343

Tags: (Klik voor berichten in dezelfde rubriek) 20190420, Cursussen en Opleidingen, Kunst en Cultuur, Parijs

Reactie van Hans van den Bos op 20 April 2019 op 18.14

Ik twijfel aan de oprechtheid van het Franse verdriet.
De Notre Dame leed aan een chronisch gebrek aan onderhoud. Het onderhoud dat werd gepleegd bestond voor het overgrote deel uit lapmiddelen. Dat is niet nieuw, want bij de kroning van Napoleon in 1803 moest het achterstallig onderhoud achter doeken worden verborgen.

Natuurlijk heeft Frankrijk ontelbare monumenten, waarvan een groot deel na de revolutie in staatsbezit kwam. Bezit schept verplichtingen. Bijna elke Franse gemeente gaat gebukt onder de lasten van het onderhoud van de vele middeleeuwse kerken. Kerken die ook lijden aan de verplichting dat de Katholieke kerk ander gebruik moet goedkeuren. Kerken waar nauwelijks nog diensten worden gehouden. Tijd voor verandering?

Reactie van sylvainlelarge@gmail.com op 20 April 2019 op 18.34

Cher Hans van den Bos: de Frankrijk waarin die monumenten zijn opgebouwd had weinig te maken met de Frankrijk van vandaag; de vakmensen werden niet betaald zoals zijn het nu zijn, en ze waren veel talrijker; tijdens de Revolutie werden alle kerken als depot gebruikt, en veel werden actief of passief afgebroken; en het is pas in de jaren 1830 dat men begon te beseffen dat die oude dingen eigenlijk schatten van Historie waren. Al met al vind ik je betoog vrij schematisch en in feite onjuist (ik zeg niet onrechtvaardig, maar wat onrechtvaardigheid is hangt ook af van de tijdperk). En ikzelf zou me nooit permitteren om aan de oprechtheid van iemand's verdriet - laat staan een heel volk - de twijfelen. Bonne soirée.

Reactie van Hans van den Bos op 23 April 2019 op 10.17

Ik denk niet dat mijn betoog onjuist is. Als je voor een gebouw, dat zo belangrijk is voor Parijs en Frankrijk niet voldoende geld over hebt om het goed te onderhouden, moet je ook geen krokodillentranen plengen als er iets mee gebeurt. En dat het onderhoud slecht was zal iedere kenner beamen. Als het kalf verdronken is dempt men de put. En hoewel ik zeker geen voorstander ben van de gele hesjes, begrijp ik hun frustratie, als er nu miljarden beschikbaar komen voor de restauratie van dit al in erbarmelijke staat verkerende gebouw.

Ik heb nergens gesteld dat onderhoud van deze gebouwen niet erg duur zou zijn. En dat vakmensen nu duurder zijn dan vroeger zie ik als het intrappen van een open deur. Het raakt ook niet de kern van mijn betoog.

Ik durf best te twijfelen aan de oprechtheid van andermans verdriet, zelfs aan dat van het Franse volk, dat ik overigens liefheb. Ik houd het bij die krokodillentranen.

Hieronder is plaats voor een reactie. Blijf bij het onderwerp. Wees constructief en vriendelijk. Uw kennis en ervaring worden op prijs gesteld.

Bent u de plaatser van dit bericht? Reageer dan ajb op de gegeven reacties en adviezen. Het kan geen kwaad om mensen te bedanken voor hun welgemeende reacties. Onze huisregels ...

Je moet lid zijn van www.nederlanders.fr om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van www.nederlanders.fr

-

Google advertenties

© 2019   Gemaakt door: Anton Noë (beheerder).   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Privacybeleid  |  Algemene voorwaarden